NJB 2018/2158
Bij de verkoop van aandelen in een franchiseorganisatie-exploitant bedingt de verkoper een aantal voorwaarden. Na enige jaren zegt de koper de overeenkomst op. De verkoper stelt op basis van de bedingen drie vorderingen in. In hoger beroep voert de verkoper aan dat hij twee vorderingen instelt als lasthebber op basis van cessies ter incasso. Het hof geeft met betrekking tot de uitleg van een van de bedingen een voorshandse uitleg en een bewijsopdracht. Hoge Raad: 1. Uitleg beding. Taalkundige uitleg. Voorshands oordeel. De Hoge Raad verwerpt de klacht met toepassing van art. 81 RO. 2. Uitleg grief. Het hof heeft een grief te beperkt uitgelegd. 3. Essentiële stellingen. Het hof heeft niet zonder nadere motivering kunnen voorbijgaan aan bepaalde stellingen en het daarmee verband houdende bewijsaanbod. 4. Lastgeving. Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat de eiser die een vordering in eigen naam heeft ingesteld, op enig moment in de procedure stelt dat hij die vordering (vanaf het begin of vanaf een later tijdstip) in eigen naam als lasthebber van de rechthebbende geldend maakt. 5. Eiswijziging in hoger beroep. Een eiswijziging is ook in hoger beroep toegestaan (tenzij deze in strijd met de eisen van een goede procesorde wordt geoordeeld), zij het dat een eiswijziging in beginsel niet later kan worden aangevoerd dan in de memorie van grieven of memorie van antwoord
HR 16-11-2018, ECLI:NL:HR:2018:2112
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 november 2018
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
17/03152
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2112, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:749, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 29‑06‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑07‑2017
- Wetingang
(art. 6:248, 7:414 BW; art. 130 lid 1, art. 353 lid 1 Rv; art. 79 RO)
Essentie
Bij de verkoop van aandelen in een franchiseorganisatie-exploitant bedingt de verkoper een aantal voorwaarden. Na enige jaren zegt de koper de overeenkomst op. De verkoper stelt op basis van de bedingen drie vorderingen in. In hoger beroep voert de verkoper aan dat hij twee vorderingen instelt als lasthebber op basis van cessies ter incasso. Het hof geeft met betrekking tot de uitleg van een van de bedingen een voorshandse uitleg en een bewijsopdracht. Hoge Raad: 1. Uitleg beding. Taalkundige uitleg. Voorshands oordeel. De Hoge Raad verwerpt de klacht met toepassing van art. 81 RO. 2. Uitleg grief. Het hof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.