Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.3.3.2
14.3.3.2 Bijzondere strafbepalingen AWR; schulddelicten
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS494642:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Niet strafbaar is degene die de daarin opgenomen informatieverplichting niet nakomt, wanneer dat het gevolg is van een wettelijk of rechterlijk verbod tot het verlenen van medewerking ter zake of van een hem niet toe te rekenen weigering van het niet binnen het Rijk (= het land Nederland, zijnde Nederland en de zogenoemde BES-eilanden (=Caribisch Nederland ofwel Bonaire, Saba en Sint Eustatius); zie art. 3, sub d, ten tweede AWR) gevestigde lichaam of de niet binnen het Rijk wonende natuurlijke persoon om het gevraagde beschikbaar te stellen.
Voor wat betreft de strafbaarstelling van de niet-nakoming van de informatieverplichtingen kan ten eerste worden gewezen op de overtredingen in art. 68, lid 1 AWR. Daarin is vastgelegd dat onder meer strafbaar is degene die ingevolge de belastingwet verplicht is tot:
het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en deze niet, onjuist of onvolledig verstrekt (onderdeel a);
het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze niet voor dit doel beschikbaar stelt (onderdeel b);
het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stelt (onderdeel c);
het voeren van een administratie in overeenstemming met de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en een zodanige administratie niet voert;
het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, en deze niet bewaart (onderdeel d); en
het verlenen van medewerking als bedoeld in art. 52, lid 6 AWR en deze niet verleent (onderdeel f).
De niet-voldoening in vorenbedoelde zin wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie (max. € 8.100). Er is sprake van ernstige overtredingen.
Ik wijs volledigheidshalve op art. 68, lid 2 AWR. Daarin is vastgelegd dat degene die niet voldoet aan de identificatieplicht ex art. 47, lid 3 AWR, gestraft wordt met een geldboete van de tweede categorie (max. € 4.050). art. 68, lid 3 AWR beperkt nog de strafbaarstelling van degene de in art. 47a AWR bedoelde verplichting niet nakomt. 1