RI 2014/35
Termijn art. 58 Fw. Dient de pandhouder de inning van verpande vorderingen binnen een op grond van art. 58 lid 1 Fw door de curator gestelde termijn volledig afgerond te hebben? (Schreurs en Stadig q.q./Stichting de Vijf Musketiers)
Rb. Oost-Brabant 11-11-2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:6278
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
11 november 2013
- Magistraten
Mr. A.H.L. Roosmale Nepveu
- Zaaknummer
C/01/269372 / KG ZA 13-692
- JCDI
JCDI:ADS917076:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2013:6278, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 11‑11‑2013
- Wetingang
Art. 58 Fw
Essentie
Termijn art. 58 Fw. Pandrecht op vorderingen. Executie door inning.
Dient de pandhouder de inning van verpande vorderingen binnen een op grond van art. 58 lid 1 Fw door de curator gestelde termijn volledig afgerond te hebben?
Samenvatting
Eiser is op 16 april 2013 failliet verklaard. Zijn bestaande en toekomstige vorderingen heeft hij verpand. Op 7 mei 2013 hebben de curatoren de pandhouders ex art. 58 lid 1 Fw een termijn van zeven dagen gesteld om tot inning van hun vordering te komen. Deze termijn is op verzoek van de pandhouders door de rechter-commissaris verlengd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.