De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.3.3:5.3.3.3 De werking van het privaatrecht als inmenging
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.3.3
5.3.3.3 De werking van het privaatrecht als inmenging
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367278:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 5.3.2.
EHRM 29 januari 2013, NJ 2014/479 m.nt. Alkema (Zolotas) en EHRM 30 augustus 2007, NJ 2008/269 (Pye). Vgl. HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:494.
Zie daarover M.L. Tuil, ‘Huurprijsbescherming in strijd met art. 1 EP?’, MvV 2014/9 met verdere vindplaatsen.
EHRM 29 januari 2013, NJ 2014/479 m.nt. Alkema (Zolotas).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een privaatrechtelijk recht, zoals een geldvordering of het eigendom van een woning, kwalificeert in beginsel als eigendom in de zin van art. 1 EP.1 Een dergelijke recht is onderhevig aan de beperkingen die het privaatrecht aan deze rechten stelt, bijvoorbeeld de regels inzake het verhuren van woningen, en kan voorts op grond van dat privaatrecht teniet gaan, bijvoorbeeld door verjaring. Men kan dan betogen dat dergelijke beperkingen niet kunnen kwalificeren als een inmenging in art. 1 EP. De desbetreffende beperkingen en mogelijkheid van tenietgaan zijn immers inherent aan de desbetreffende recht. Anders gezegd: de eigenaar heeft (vanuit het nationale privaatrecht bezien) nooit een recht gehad dat niet aan deze beperkingen c.q. mogelijkheden onderhevig was, zodat betoogd kan worden dat de eigenaar niet wordt beperkt in zijn eigendom, indien één of meer van deze beperkingen c.q. mogelijkheden zich verwezenlijkt. Feit is echter dat het EHRM kiest voor een andere aanpak.
De verjaring van een geld- en revindicatievordering kwalificeert als inmenging in art. 1 EP,2 net als de regels die het verhuur van woningen reguleren.3 De nationale regelgeving terzake kan worden getoetst onder art. 1 EP. Voor ogen gehouden moet worden dat de term eigendom in de zin van art. 1 EP verdragsautonoom moet worden uitgelegd. Het desbetreffende privaatrechtelijke recht kan daarom niet (geheel) gelijk gesteld worden aan het eigendom in kwestie. Daarnaast kan de nationale regelgeving ten aanzien van privaatrechtelijke rechten onderhevig zijn aan positieve verplichtingen uit hoofde van art. 1 EP.4