NJ 1941/420
Philips tegen Radium. Dagvaarding als desbewustheidsexploit. Schadevordering ter zake van handelingen na verloop van 30 dagen sedert de dagvaarding.
HR 29-11-1940, ECLI:NL:HR:1940:104, m.nt. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 november 1940
- Magistraten
Mrs. Visser, van Gelein Vitringa, Fick, Meckmann en van der Meulen.
- Zaaknummer
[29111940/NJ_1941-420]
- Conclusie
Mr. Berger
- Noot
E.M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS106879:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Octrooirecht
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1940:104, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑11‑1940
- Wetingang
(Rv art. 612; Rijksoctrooiwet 1910 art. 43.)
Essentie
Philips tegen Radium. Dagvaarding als desbewustheidsexploit. Schadevordering ter zake van handelingen na verloop van 30 dagen sedert de dagvaarding.
Samenvatting
Geen enkel wetsartikel, ook niet art. 2 R. O., sluit uit, dat eene uitspraak van den rechter wordt gevraagd en verkregen voor het geval na de dagvaarding zeker gebeuren — Hier inbreuk op octrooirecht — zal plaats vinden, indien daarvoor een redelijk belang aanwezig is. Ook art. 134 Rv. staat daaraan niet in den weg, omdat dit artikel niet de vraag raakt, in hoever bij dagvaarding met vrucht toekomstige feiten aan eene vordering ten grondslag kunnen worden gelegd. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.