Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/2.3.3.1
2.3.3.1 Algemeen
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS489437:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Over de uitleg en toepassing van dit begrip door het EHRM zie men meer recent pt. 2 van de noot van Keijzer onder EHRM 29 maart 2010 (Medvedyev e.a. t. Frankrijk), NJ 2010/643.
Zie Meijers 1993, p. 18.
Feteris 2002(a), p. 40, met verwijzing naar EHRM 23 oktober 1990 (Moreira de Azevedo t. Portugal), § 239.
Feteris 2002(a), p. 40. Datzelfde geldt voor de feitelijke gang van zaken tijdens het proces.
Vgl. Reijntjes 1996, p. 15.
Heringa e.a. 2000, par. 2.1, p. 5. Voor Nederland geldt dat de HR zich gebonden acht aan de uitspraken van het Hof, ook wanneer het niet partij in de zaak was. Vgl. HR 10 november 1989, NJ 1990, 628 (m.nt. Alkema).
Zie over de interpretatie van verdragsvoorschriften § 2.5.2 hierna.
Brouwer/Schilder 2009, p. 61.
Art. 1 EVRM legt vast dat de verdragsstaten gehouden zijn om een ieder die onder hun rechtsmacht1 ressorteert, de rechten en vrijheden van het Verdrag te garanderen. Dit is geen inspannings- maar een resultaatsverplichting. Wanneer een nationaalwettelijk voorschrift niet verenigbaar is met een rechtstreeks werkend verdragsvoorschrift, dan krijgt dat laatste voorrang.2 Althans, dat is het systeem in Nederland.3
Bindende werking Verdrag
Het EVRM bindt alle organen van de staat, zoals de (nationale) wet- en besluitgever, uitvoerende en rechtsprekende organen.4 Voor de uitvoerende organen betekent deze gebondenheid dat zij bij de uitvoering van hun taken de door het Verdrag gegarandeerde rechten en vrijheden moeten respecteren. Voor de nationale gerechten betekent de gebondenheid aan het Verdrag dat de uitleg daarmee in overeenstemming moet zijn.5 Zij zullen geschillen zo nodig aan het Verdrag moeten toetsen.6 De wetgever mag op zijn beurt geen regels uitvaardigen die met het Verdrag in strijd zijn. (Organen van) verdragsstaten zullen bij de realisatie van verdragsrechten acht moeten slaan op de uitleg die het EHRM daarvan in zijn rechtspraak geeft.7 Overigens laat art. 53 EVRM aan de nationale wetgever de vrijheid om een verdergaande bescherming te bieden dan de bepalingen van het EVRM en de Protocollen bij het Verdrag geven.
Bindende werking uitspraken EHRM
Er bestaan sterke aanwijzingen dat de uitspraken van het Hof ook bindende werking hebben ten opzichte van verdragsstaten die niet partij in een zaak waren.8 Die gebondenheid betreft dan enkel de interpretatie door het Hof van verdragsvoorschriften.9 Niet zonder belang nog is dat volgens vaste jurisprudentie van het EHRM, uit de in het EVRM vastgelegde vrijheden (zie § 2.3.2 hiervoor) ook verplichtingen van de overheid kunnen voortvloeien tot actief optreden.10