NJB 2015/745:Bestuursrechtelijke geldschuld. Verjaring. Stuiting. De Gemeente legt A een last onder dwangsom op. Tot 10 juli 2011 verbeurt A dwangsommen. In april 2012 maakt de Gemeente een invorderingsbeschikking bekend. Op 24 juli 2012 (meer dan een jaar na 10 juli 2011) stelt A zich op het standpunt dat de vordering is verjaard. HR: 1. Invorderingsbeschikking. Aan een invorderingsbeschikking komt geen stuitende werking toe. 2. Erkenning. Ook als juist is dat A heeft erkend dat de dwangsommen verschuldigd zijn geworden, heeft het hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en evenmin een onbegrijpelijk oordeel gegeven door te beslissen dat aan de zijde van A geen sprake is geweest van een erkenning van ‘het recht op betaling’ die de verjaring stuit