Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/4.2.6
4.2.6 Grote variëteit aan begrippen
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS389714:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ook De Blécourt en Lamers stellen voor dat de WOR aansluiting zoekt bij het concernbegrip uit de WEOR: ‘M.A. de Blécourt, J.J.M. Lamers (red) e.a., ‘Is medezeggenschap bestand tegen internationale aansturing?’, in: L.C.J. Sprengers, G.W. van der Voet (red), De toekomst van medezeggenschap. Aanbevelingen aan de wetgever. Reeks Vereniging voor Arbeidsrecht nr. 37, Deventer: Kluwer 2009, p. 27. Zie anders Verburg. Hij is van mening dat het groepsbegrip in de WOR moet aansluiten bij art. 2:24b, nu dit van belang is voor de informatieverplichting van art. 31 en 31a. L.G. Verburg, Het territoir van de (Nederlandse) ondernemingsraad in het internationale bedrijfsleven, Diss. 2007, p. 106.
Het voorgaande overzicht laat zien dat in het medezeggenschapsrecht negen verschillende definities van het begrip concern of groep bestaan. Dit maakt medezeggenschap in concernverhoudingen een zeer complexe zaak. De variëteit aan begrippen roept bij mij de vraag op of harmonisatie op dit punt wenselijk zou zijn. Het harmoniseren van begrippen uit Boek 2 BW en de medezeggenschapsrechtelijke regelingen ligt mijns inziens niet voor de hand, omdat beide wetten een geheel verschillend begrippenapparaat hanteren. Boek 2 BW heeft immers betrekking op rechtspersonen, terwijl de WOR uitgaat van ondernemingen. Dat binnen het medezeggenschapsrecht (WOR, WEOR en FGR) een verscheidenheid aan begrippen bestaat, is naar mijn oordeel echter onwenselijk. Denkbaar is dat het Nederlandse medezeggenschapsrecht op dit punt de Europese definitie gaat volgen, nu deze ook aansluit bij de invulling die de Hoge Raad aan art. 33 WOR heeft gegeven.1 Dit groepsbegrip zou dan kunnen worden opgenomen in art. 1 van de WOR en in art. 1 van de FGR. Alleen het groepsbegrip in art. 31a WOR moet mijns inziens niet aangepast worden, omdat aansluiting op dat punt bij het jaarrekeningenrecht meer voor de hand ligt. Het in lijn brengen van de FGR met de WOR is tevens aan te bevelen, nu dit reeds is gebeurd met andere begrippen uit de FGR.
In het vervolg zal ik het algemene begrip concern gebruiken. De vennootschappen in het concern zal ik aanduiden met moedervennootschap en dochtervennootschappen, daarbij niet specifiek verwijzend naar het juridisch gedefinieerde begrip in art. 2:24a BW. Voor het gemak ga ik – tenzij anders wordt vermeld – uit van een 100% deelneming van een moedervennootschap in een dochtervennootschap die tevens een economische entiteit vormen. Hiermee valt mijn begrip concern binnen alle hierboven besproken definities.