Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/326:326 Wraakacties
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/326
326 Wraakacties
Documentgegevens:
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS451072:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 6 februari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5533, NJ 1988, 1, m.nt. W.H. Heemskerk (Slingerland/ Gemeente Amsterdam); HR 3 februari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB8297, NJ 1989, 376 (Wouters/ Gemeente Amsterdam). Als vaststaat dat de voornaamste reden voor een voorlopig getuigenverhoor het nemen van wraak is, dan bestaat strijd met het doel van het voorlopig getuigenverhoor. Zo niet, dan speelt deze factor een rol in de belangenafweging op grond van het onevenredigheidscriterium.
Ktg. Rotterdam 15 november 2000, ECLI:NL:KTGROT:2000:AJ0687, Prg. 2001, 5769.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uiteraard mag het voorlopig getuigenverhoor ook niet worden gebruikt voor wraakacties. In twee op elkaar lijkende zaken waarin een verzoeker via een voorlopig getuigenverhoor de identiteit van de agenten die hem zouden hebben mishandeld wilde achterhalen, werd misbruik op grond van onevenredigheid aangenomen, waarbij een rol speelde dat gegronde vrees bestond dat de verzoeker wraak zou nemen op de agenten.1 In een andere zaak was door de verzoeker met de vele, weinig zakelijk omschreven verwijten jegens de verweerder – zoals het “schorie morie” van de politie, “emotioneel incontinent” – de indruk gewekt dat hij vooral heel gefrustreerd was over het optreden van de politie dat uiteindelijk leidde tot een strafrechtelijke veroordeling. De kantonrechter overwoog dat het motief van de verzoeker (een wraakactie tegen verweerder) geen redelijk doel diende.2