Gst. 2020/33
De categorale weigering van een persoonsgebonden budget, indien de betrokkene gebruik kan maken van het collectief vervoer, is in strijd met de Wmo 2015.
CRvB 30-10-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3396, m.nt. H.F. van Rooij
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
30 oktober 2019
- Magistraten
J. Brand, D.S. de Vries en J.P.A. Boersma
- Zaaknummer
18/2330 WMO15
- Noot
H.F. van Rooij
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS189049:1
- Vakgebied(en)
Maatschappelijke ondersteuning / Algemeen
Maatschappelijke ondersteuning / Individuele voorzieningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2019:3396, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 30‑10‑2019
- Wetingang
(Art. 2.3.6. Wmo 2015)
Essentie
De categorale weigering van een persoonsgebonden budget, indien de betrokkene gebruik kan maken van het collectief vervoer, is in strijd met de Wmo 2015.
Samenvatting
Appellant heeft in het kader van de Wmo 2015 een verzoek gedaan om voortzetting van de financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen auto. Het college heeft besloten de financiële tegemoetkoming te beëindigen, omdat betrokkene in staat is om gebruik te maken van het collectief vervoer. De Centrale Raad oordeelt dat het verzoek om voortzetting van de financiële tegemoetkoming moet worden aangemerkt als een verzoek om een maatwerkvoorziening ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.