Einde inhoudsopgave
Smartengeld 2023/12.2.5
12.2.5 Bedragen bij schending van eer en goede naam
prof. mr. S.D. Lindenbergh, datum 28-10-2023
- Datum
28-10-2023
- Auteur
prof. mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD90189:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. Hof Den Bosch 21 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:161 (€ 30.000 aan advocaat wegens reputatieschade); Rb. Amsterdam 25 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5130, JA 2018/138 (€ 30.000 aan bekende Nederlander wegens (verder) verspreiden van sekstape); Rb. Amsterdam 27 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2364 (€ 500 aan piloot die in verband werd gebracht met dronkenschap).
Zo wees Rb. Arnhem 1 april 1999, NJ-kort 1999/49 fl. 150.000 toe aan een advocaat die in een onderzoeksrapport ten onrechte werd beschuldigd van kwalijke praktijken met als overweging dat eer en goede naam voor het functioneren van een advocaat essentieel zijn. Vgl. ook Hof Amsterdam 13 september 1990, Mediaforum 1991/B3 (toewijzing van fl. 125.000 aan een ten onrechte van omkoping beschuldigde wethouder).
432. Ook in gevallen van schending van eer en goede naam dan wel aantasting van de persoonlijke levenssfeer, bijvoorbeeld door de verspreiding van beeldmateriaal, loopt de omvang van de toegewezen bedagen sterk uiteen, van enkele honderden euro’s tot enkele tienduizenden.1 In het verleden wel toegewezen hogere bedragen zijn mogelijk mede toe te schrijven aan het feit dat reputatieschade ook vermogensschade kan omvatten.2