Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/95
95 Bevoegdheidsverdeling civiele rechter en bestuursrechter
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS459483:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2010-11, 32 621, nr. 3, p. 38 (MvT).
Kamerstukken II 2010-11, 32 621, nr. 3, p. 39 (MvT).
Kamerstukken II 2010-11, 32 621, nr. 3, p. 49 (MvT).
Kamerstukken II 2010-11, 32 621, nr. 3, p. 54 (MvT). De civiele voorzieningenrechter moet een benadeelde die in kort geding een voorschot vordert niet-ontvankelijk verklaren in zaken waarin de bestuursrechter exclusief bevoegd is. Overigens acht de wetgever het ook in de kleinere schadezaken voor de hand liggend om aan de bestuursrechter een voorlopige voorziening te vragen.
Kamerstukken II 2010-11, 32 621, nr. 3, p. 38-39 (MvT).
Op grond van art. 8:89 lid 1 Awb is de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd als de schade is veroorzaakt door een besluit waarover de Centrale Raad van Beroep of de Hoge Raad in enige of hoogste aanleg oordeelt.1 Het betreft besluiten waarover de ambtenarenrechter, de sociale zekerheidsrechter of de belastingrechter oordeelt.
Besluiten inzake studiefinanciering vallen hieronder ook. De bestuursrechter is bovendien exclusief bevoegd voor schadeverzoeken op het terrein van het ambtenaren- en vreemdelingenrecht (art. 8:88 lid 1 onder d Awb en art. 71a lid 1 en 72a lid 1 Vreemdelingenwet 2000). De achterliggende gedachte bij het toekennen van deze terreinen aan de bestuursrechter is, dat het ambtenaren- en vreemdelingenrecht en het financiële bestuursrecht worden gekenmerkt door een – doorgaans – tweepartijenverhouding; de besluiten zijn gericht tot en hebben gevolgen voor één bepaalde burger. Voorbeelden zijn beslissingen over studiefinancieringen en bijstandsuitkeringen. 2
Op de overige terreinen van het bestuursrecht is de bestuursrechter naast de burgerlijke rechter bevoegd als het verzoek om schadevergoeding, inclusief rente, maximaal € 25.0003 bedraagt (art. 8:89 lid 2 Awb). Hierdoor wordt voorkomen dat bij twee verschillende rechters – de bestuursrechter voor het vaststellen van de onrechtmatigheid en de burgerlijke rechter voor de schadevergoeding – moet worden geprocedeerd, terwijl de geleden schade relatief laag is.4 Zodra een verzoeker ervoor kiest zijn schadevergoedingsvordering van maximaal € 25.000 aanhangig te maken bij de burgerlijke rechter, moet de bestuursrechter zich onbevoegd verklaren (art. 8:89 lid 3 Awb). De weg naar de bestuursrechter is vervolgens definitief afgesloten. Als een verzoek bij de bestuursrechter is ingediend, kan niet gelijktijdig een vordering bij de burgerlijke rechter aanhangig worden gemaakt (art. 8:89 lid 4 Awb). Echter, na de procedure bij de bestuursrechter herleeft de mogelijkheid om een vordering bij de burgerlijke rechter in te dienen, als en voor zover de uiteindelijke schade boven de competentiegrens van € 25.000 ligt. De burgerlijke rechter is dan wel gebonden aan het oordeel van de bestuursrechter over de bij hem gevorderde schade.5 In verband met deze aanvullende bevoegdheid heeft de wetgever opgemerkt dat in de kleinere schadezaken in kort geding om een voorschot kan worden gevraagd.6 Aannemelijk is dat een dergelijk voorschot alleen kan worden gevraagd als tijdens de procedure bij de bestuursrechter blijkt dat het schadebedrag hoger is dan € 25.000 en de benadeelde een voorschot van meer dan € 25.000 wil vorderen, aangezien dit niet mogelijk is in een voorlopige voorzieningsprocedure bij de bestuursrechter.7
Met uitzondering van schadeverzoeken van maximaal € 25.000, is de burgerlijke rechter exclusief bevoegd ten aanzien van schadeverzoeken op de andere dan de in art. 8:89 lid 1 Awb genoemde terreinen van het bestuursrecht en het vreemdelingenrecht. Het betreft procedures op het terrein van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, waar ook vaak belangen van derden een rol spelen, bijvoorbeeld bij de beslissing over een bouwvergunning. Deze schadeverzoeken zijn volgens de wetgever complexer en behoren daarom eerder thuis bij de burgerlijke rechter.8