HR, 26-03-2024, nr. 23/00906
ECLI:NL:HR:2024:460
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26-03-2024
- Zaaknummer
23/00906
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:460, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑03‑2024; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:91
- Vindplaatsen
Uitspraak 26‑03‑2024
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Schietpartij in Curaçao door in 2019 rond middaguur, op drukbezochte plek bij snackbar, veertien kogels af te vuren op slachtoffer die relatie onderhield met partner van verdachte, waarbij ook klant van snackbar dodelijk is getroffen en andere kogel voorportier van passerende auto heeft geraakt, terwijl vervolgens is geschoten op politieman, die met oog op aanhouding van schutter probeerde te verhinderen dat verdachte er met medeverdachte vandoor zou gaan. Medeplegen (poging tot) moord, meermalen gepleegd (art. 2:262 jo. 1:123 en 1:119 SrC) en medeplegen poging tot doodslag (art. 2:259 jo. 1:123 en 1:119 SrC). 1. Verbeterde lezing van tenlastelegging. Kon hof oordelen dat sprake is van evidente en als zodanig herkenbare verschrijving/omissie in tll. die door hof verbeterd gelezen kon worden? 2. Rechtsklacht en motiveringsklachten m.b.t. voorwaardelijk opzet op dood van klant van snackbar en bestuurder van auto. HR: art. 81.1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00906 C
Datum 26 maart 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 22 december 2022, nummer H 62/2021, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2024.