AB 2016/276
Onrechtmatige binnentreding woning bij controle verblijfsvergunning leidt tot uitsluiting bewijs. Overige bewijsmiddelen toereikend voor onderbouwing intrekking verblijfsvergunning.
RvS 20-04-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1163, m.nt. O.J.D.M.L. Jansen
- Instantie
Raad van State
- Datum
20 april 2016
- Magistraten
Mrs. H.G. Lubberdink, H. Troostwijk, G. van der Wiel
- Zaaknummer
201507326/1/V1
- Noot
O.J.D.M.L. Jansen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924143:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Verblijf
Politierecht / Bevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:1163, Uitspraak, Raad van State, 20‑04‑2016
- Wetingang
Art. 1 Algemene wet op het binnentreden
Essentie
Toestemming binnentreding woning. Uitsluiting onrechtmatig verkregen bewijs. ‘Zozeer indruist’-criterium.
Samenvatting
De staatssecretaris betoogt terecht dat de verbalisanten bij het eerste huisbezoek ervan mochten uitgaan dat de zus van de referent bevoegd was namens de referent toestemming te geven tot binnentreden. Uit het proces-verbaal van het tweede huisbezoek blijkt echter niet dat de referent daartoe aan hen toestemming heeft gegeven. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat dit huisbezoek in strijd met art. 1, vierde lid, van de Awbi heeft plaatsgevonden. Gelet op de gang van zaken tijdens dit huisbezoek, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.