Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.3.2:6.3.2 Vordering tot verdeling door crediteuren
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.3.2
6.3.2 Vordering tot verdeling door crediteuren
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487188:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ingevolge het bepaalde in art. 3:180 lid 1 kan een schuldeiser die een opeisbare vordering opeen deelgenoot heeft, verdeling van de gemeenschap vorderen, zulks voor zover nodig voor het verhaal van zijn vordering. Art. 3:178 lid 3 wordt van toepassing verklaard (art. 3:180 lid 1 laatste zin).
Uiteraard is verdeling niet mogelijk ingeval de aard van de gemeenschap zich tegen verdeling verzet. Met een eenvoudig voorbeeld is dit laatste te verduidelijken. Een crediteur kan geen verdeling vorderen van een gemene muur of een gemene vaart.
In hoeverre is de crediteur gebonden aan de overeenkomst tot niet-verdeling zoals die tussen de deelgenoten is gesloten?1 Van Mourik is van mening dat de overeenkomst slechts kan worden tegengeworpen aan crediteuren wier vorderingen zijn ontstaan na de totstandkoming van de overeenkomst. Verlenging van de overeenkomst kan ook aan hen niet meer worden tegengeworpen.2 Ik zou menen dat de (verlengings)overeenkomst aan alle crediteuren kan worden tegengeworpen.
Dit vloeit voort uit de goederenrechtelijke gevolgen van de overeenkomst (zie par. 6.3.1.1 sub b).