HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0129, NJ 2013/242 m.nt. Bleichrodt, rov. 2.2.4.
HR, 28-11-2017, nr. 15/05496
ECLI:NL:HR:2017:3029
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28-11-2017
- Zaaknummer
15/05496
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2017:3029, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 28‑11‑2017; (Cassatie, Artikel 80a RO-zaken)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1294, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2017:1294, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑10‑2017
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:3029, Gevolgd
- Vindplaatsen
Uitspraak 28‑11‑2017
Inhoudsindicatie
Medeplegen van oplichting door verkoop namaak Iphones via marktplaats.nl, art. 326 Sr en medeplegen van bedrog met handelsnaam of handelsmerk, art. 337.1 onder a en b Sr. Middel over strafmotivering. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/05495.
Partij(en)
28 november 2017
Strafkamer
nr. S 15/05496
KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 9 november 2015, nummer 22/005353-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2017.
Conclusie 31‑10‑2017
Inhoudsindicatie
Medeplegen van oplichting door verkoop namaak Iphones via marktplaats.nl, art. 326 Sr en medeplegen van bedrog met handelsnaam of handelsmerk, art. 337.1 onder a en b Sr. Middel over strafmotivering. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/05495.
Nr. 15/05496 Zitting: 31 oktober 2017 (bij vervroeging) | Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
De verdachte is bij arrest van 9 november 2015 door het Gerechtshof Den Haag wegens onder 1, “medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en onder 2, ‘’medeplegen van opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken en waren, die zelf op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft, verkopen, te koop aanbieden, afleveren, meermalen gepleegd’’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden (waarvan vier maanden voorwaardelijk). Het hof heeft voorts de vorderingen van de benadeelde partijen (deels) toegewezen en aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander als bepaald in het bestreden arrest.
Deze zaak hangt samen met zaaknummer 15/05495. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld. Ik zal eerst het tweede middel bespreken dat betrekking heeft op de strafmotivering en vervolgens het eerste middel dat klaagt over de schending van de redelijke termijn. Het gaat in deze zaak om het verkopen van namaak Iphones via www.marktplaats.nl.
Het tweede middel komt, zoals gezegd op tegen de strafmotivering, in het bijzonder de overweging van het hof inhoudende dat de verdachte door zijn handelswijze de slachtoffers niet alleen financieel nadeel heeft berokkend, maar tevens het vertrouwen van de slachtoffers bij het doen van aankopen via internet heeft geschonden.
4.1. De strafmotivering van het hof luidt als volgt:
‘’Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft tezamen met zijn mededader(s) gedurende een periode van twee jaar via de internetsite www.marktplaats.nl een groot aantal mensen opgelicht door aan hen een nep-iPhone te verkopen. De verdachte ging hierbij zeer berekenend, en georganiseerd te werk. Aldus heeft de verdachte de slachtoffers niet alleen financieel nadeel berokkende, maar heeft hij ook het vertrouwen van de slachtoffers bij het doen van aankopen via internet geschonden. Daarnaast heeft de verdachte tezamen met zijn mededader door namaak-iPhones als echte Apple iPhones te verkopen, te koop aan te bieden en af te leveren in strijd gehandeld met het merkenrecht van Apple.
Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur.
Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf heeft het hof in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 oktober 2015 zeer lang geleden, te weten in 1997 en in 2001, alleen is veroordeeld voor het overtreden van de Wegenverkeerswet 1994.
In hetgeen de raadsman bij pleidooi heeft aangevoerd omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof, mede gelet op de proceshouding van de verdachte zoals daarvan is gebleken ter terechtzitting in hoger beroep, geen aanleiding om een andere strafsoort dan de gevangenisstraf op te leggen.
Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.’’
4.2. De steller van het middel voert aan dat 1) uit het verhandelde ter terechtzitting niet blijkt dat door de handelwijze van de verdachte het algemeen vertrouwen van de slachtoffers bij het doen van aankopen via internet is geschonden en 2) deze omstandigheid evenmin als feit van algemene bekendheid kan worden aangemerkt. Gelet hierop is de strafmotivering zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.
4.3. Ik kan de steller van het middel in het geheel niet volgen. Het hof heeft namelijk niet overwogen dat het ‘algemeen vertrouwen’ van de slachtoffers zou zijn geschonden maar overwogen dat de verdachte ‘’het vertrouwen van de slachtoffers bij het doen van aankopen via internet’’ heeft geschonden. Die overweging is gelet op de bewezenverklaring niet onbegrijpelijk en behoeft verder geen nadere motivering.
4.4. Het middel kan klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.
5. Bij het eerste middel – dat de klacht bevat dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden – heeft de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang, omdat naast dit middel slechts een middel is voorgesteld die aan de toepassing van art. 80a RO niet in de weg staat.1.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot de niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 31‑10‑2017