Einde inhoudsopgave
RvdW 2010, 762
Aanvang van de redelijke termijn.
HR 08-06-2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7697
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
8 juni 2010
- Magistraten
Mrs. G.J.M. Corstens, J.W. Ilsink, M.A. Loth
- Zaaknummer
08/03667
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
BL7697
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BL7697, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑06‑2010
ECLI:NL:PHR:2010:BL7697, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑03‑2010
- Wetingang
EVRM art. 6 lid 1; Sv art. 359a
Essentie
Oordeel dat als beginpunt van de redelijke termijn dient te worden aangemerkt de datum van inverzekeringstelling en niet de datum waarop in het kader van een Duits rechtshulpverzoek een doorzoeking in de woning van de verdachte plaatsvond, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. Oordeel dat geen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting, in aanmerking genomen dat, naar uit de procesgang volgt, zowel bij de behandeling in eerste aanleg als bij de behandeling in hoger beroep telkens meer dan twee jaren zijn verstreken, terwijl het Hof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.