RBP 2024/3
Cassatie in het belang der wet. Biedt inningsprocedure op voet van art. 38 lid 4 Wrb ruimte om bedrag aan buitengerechtelijke kosten toe te wijzen?
HR 10-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1532
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 november 2023
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
23/00662
- Conclusie
P-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- JCDI
JCDI:ADS941882:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Overige rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1532, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:656, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑07‑2023
- Wetingang
Art. 38 Wrb
Essentie
Cassatie in het belang der wet. Gefinancierde rechtshulp. Buitengerechtelijke kosten.
Biedt inningsprocedure op voet van art. 38 lid 4 Wrb ruimte om bedrag aan buitengerechtelijke kosten toe te wijzen?
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om een vordering tot cassatie in het belang der wet over de procedure zoals bedoeld in art. 38 lid 4 Wet op de rechtsbijstand (hierna: Wrb). Deze procedure biedt een rechtsbijstandverlener de mogelijkheid om de op grond van de Wrb verschuldigde eigen bijdrage en overige kosten nader te laten vaststellen door de rechter indien de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.