NJ 1930, p. 1258
Dwaling. Aanprijzen van aandeelen, welke later bleken nagenoeg waardeloos te zijn, als een schitterende belegging. Bedrog gepleegd door den vertegenwoordiger.
HR 28-02-1930, ECLI:NL:HR:1930:278, m.nt. Prof. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 februari 1930
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Kosters, Schepel, van Gelein Vitringa, Polak
- Zaaknummer
[281930/NJ_1930,_p._1258]
- Conclusie
Conclusie van den Adv.-Gen. van Lier.
- Noot
Prof. E.M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS102519:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1930:278, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑02‑1930
- Wetingang
(BW art. 1358, 1364, 1829-1856.)
Essentie
Dwaling. Aanprijzen van aandeelen, welke later bleken nagenoeg waardeloos te zijn, als een schitterende belegging. Bedrog gepleegd door den vertegenwoordiger.
Samenvatting
De gestelde feiten brengen niet mede dat de gekochte aandeelen een of meer eigenschappen misten, van wier aanwezigheid beide partijen geacht moeten worden het aangaan harer overeenkomst afhankelijk te hebben gesteld. Het beroep op dwaling is dus terecht verworpen. (Anders Adv.-Gen. van Lier, met betoog dat de aandeelen niet die hoedanigheden bezaten, waarom het juist den kooper te doen was en die bij hem den doorslag gaven om toe te stemmen in den koop. (H. B. 30 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.