Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/5.3.1:5.3.1 Inbreng van aandeelhouders; omvang en vorm
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/5.3.1
5.3.1 Inbreng van aandeelhouders; omvang en vorm
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406904:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De RMBCA kent thans geen minimumkapitaalvereiste. Aandeelhouders dienen slechts het bedrag op hun aandelen te storten dat is afgesproken in de overeenkomst die aan het nemen van de aandelen ten grondslag ligt (de subscription agreement).1 Het bestuur dient erop toe te zien dat aandeelhouders een eerlijk prijs voor de genomen aandelen betalen.2 Als het bestuur heeft gemeend dat de inbreng van de aandeelhouders op het moment van het nemen van de aandelen voldoende was, kunnen de aandeelhouders op een later moment niet worden aangesproken tot bijstorting als blijkt dat de inbreng toch onvoldoende was. De verantwoordelijkheid voor een adequate inbreng door aandeelhouders rust dus primair op het bestuur.3
Eerdere versies van de MBCA verboden inbreng op aandelen in de vorm van schuldbrieven (promissory notes) of rechten op het verrichten van werk of diensten. Dit werd door de praktijk beschouwd als een weinig zinnige beperking zodat dit verbod in 1980 uit de modelwet is geschrapt.
De toelichting bij de RMBCA merkt hierover op: “[A]s a matter of business economics, contracts for future services, promissory notes, and intangible property or benefits often have value that is as real as the value of tangible property or past services, the only types of property that many older statutes permit as consideration for shares. Thus, only business judgment should determine what kind of property should be obtained for shares, and a determination by the directors […] to accept a specific kind of valuable property for shares should be accepted and not circumscribed by artificial or arbitrary rules.”4