Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.5.10.3:3.5.10.3 Uitoefening van andermans vordering
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.5.10.3
3.5.10.3 Uitoefening van andermans vordering
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588295:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Heemskerk 1972, nr. 49; Rueb 1991, p. 189; Kortmann 1994a, p. 222 en p. 224; Asser 1999, nr. 2.3 en 5.12 (p. 491-492); F.E. Vermeulen 2005, p. 169.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
178. Heeft de stille cessionaris een privatieve last tot inning verstrekt aan de stille cedent, dan is het de vraag in hoeverre ieder van hen bevoegd is om, indien in rechte aangesproken door de schuldenaar van de stil gecedeerde vordering, een eis in reconventie in te stellen ten aanzien van de stil gecedeerde vordering.
De stille cedent is hiertoe niet bevoegd op grond van (de ratio van) art. 136 Rv. Uit deze bepaling volgt dat een gedaagde bevoegd is een eis in reconventie in te stellen, tenzij de eis in conventie hem persoonlijk betreft en hij de eis in reconventie in hoedanigheid instelt.1 De oude schuldeiser zou in persoon worden aangesproken door de schuldenaar, maar in hoedanigheid als lasthebber de eis in reconventie instellen. Uit de ratio van art. 136 Rv volgt dat dit niet is toegestaan.
Art. 136 Rv bepaalt dat de gedaagde bevoegd is een eis in reconventie in te stellen, tenzij de eiser in conventie is opgetreden in hoedanigheid en de reconventie hem persoonlijk zou betreffen of omgekeerd. Op het onderhavige geval - het geval dat de gedaagde door het instellen van de eis in reconventie in twee hoedanigheden optreedt - heeft deze bepaling niet rechtstreeks betrekking. De schuldenaar van de stil gecedeerde vordering is in het onderhavige geval de eiser in het geding en hij treedt alleen voor zichzelf op. De ratio van art. 136 Rv is naar mijn mening dat een procespartij - gedaagde of eiser- die in een procedure is verwikkeld waarbij een eis in reconventie wordt ingesteld, niet ten aanzien van de eis in conventie in een andere hoedanigheid betrokken mag dan ten aanzien van de eis in reconventie. Hij cliënt ten aanzien van beide vorderingen persoonlijk of ten aanzien van beide vorderingen in ( dezelfde) hoedanigheid op te treden. De eis in conventie en de eis in reconventie dienen op dezelfde materiële procespartijen betrekking te hebben. Wordt bijvoorbeeld een vordering ingesteld tegen de curator q.q., dan is het hem toegestaan als curator q.q. een eis in reconventie in te stellen. Wordt daarentegen bijvoorbeeld een vordering ingesteld tegen een vruchtgebruiker persoonlijk, dan is het niet mogelijk dat hij in reconventie nakoming eist van een aan hem in vruchtgebruik gegeven vordering jegens de eiser in conventie.
Indien op het moment dat de schuldeiser de eis in reconventie instelt, de stille cessie van de vordering waarvan in reconventie nakoming wordt gevorderd, nog niet heeft plaatsgevonden, kan de (toekomstige) stille cedent de eis in reconventie nog instellen. Heeft de stille cessie daarentegen plaatsgevonden voordat de stille cedent de conclusie van antwoord in cliënt, dan is hij vanwege art. 136 Rv niet meer bevoegd om in reconventie nakoming te eisen van de stil gecedeerde vordering, ook al is hij krachtens lastgeving procesbevoegd ten aanzien van die vordering. Uit art. 136 Rv volgt dat de stille cedent als gedaagde niet bevoegd is in reconventie nakoming te eisen van de stil gecedeerde vordering, omdat de eis in conventie hem persoonlijk betreft en hij de eis in reconventie in hoedanigheid instelt. Art. 3:94lid 3 tweede zin BW blijft buiten beschouwing, omdat niet aan de kant van de schuldenaar, maar aan de kant van de schuldeiser (de stille cedent en cessionaris) de eis in reconventie wordt ingesteld.