Gst. 2022/47
In bestemmingsplan niet nader omschreven bestemming ‘Wonen’ impliceert naar algemeen spraakgebruik een zekere mate van bestendigheid van het verblijf. (Goeree-Overflakkee)
ABRvS 23-02-2022, ECLI:NL:RVS:2022:582, m.nt. P.H.J. de Jonge & H. Aktas
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
23 februari 2022
- Magistraten
Mr. H.C.P. Venema
- Zaaknummer
202100359/1/R3
- Noot
P.H.J. de Jonge & H. Aktas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS645683:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Procedure bestemmingsplan
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:582, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 23‑02‑2022
- Wetingang
(Art. 2.1 lid 1 sub c Wabo)
Essentie
In bestemmingsplan niet nader omschreven bestemming ‘Wonen’ impliceert naar algemeen spraakgebruik een zekere mate van bestendigheid van het verblijf. (Goeree-Overflakkee)
Samenvatting
Appellant bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat de verhuur van de woning als vakantieverblijf niet onder het begrip “Wonen” in de zin van artikel 7.1.1 van de planregels valt. Appellant betoogt dat bij het ontbreken van een definitie van een begrip in de planregels van het bestemmingsplan aansluiting moet worden gezocht bij het algemeen spraakgebruik. Appellant stelt zich op het standpunt dat “Wonen” een breed begrip is dat diverse vormen van huisvesting kan omvatten (…). De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.