NJB 2021/2168
Zorgverzekering. Bevoegdheid van zorgverzekeraars om bij wijze van voorkeursbeleid geneesmiddelen aan te wijzen. Menzis c.s. zijn voornemens om slechts één beschikbare sterkte van vitamine D aan te wijzen om deel uit te maken van het basispakket. Hoge Raad: Indien in de ministeriële regeling geneesmiddelen met verschillende sterktes van dezelfde werkzame stof voorkomen, heeft de zorgverzekeraar de bevoegdheid om een of meer geneesmiddelen met een of enkele van de verschillende sterktes van deze werkzame stof aan te wijzen.
HR 09-07-2021, ECLI:NL:HR:2021:1111
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
9 juli 2021
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, M.V. Polak, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
20/01291
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Gezondheidsrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1111, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 09‑07‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:131, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑02‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑04‑2020
- Wetingang
Essentie
Zorgverzekering. Bevoegdheid van zorgverzekeraars om bij wijze van voorkeursbeleid geneesmiddelen aan te wijzen. Menzis c.s. zijn voornemens om slechts één beschikbare sterkte van vitamine D aan te wijzen om deel uit te maken van het basispakket. Hoge Raad: Indien in de ministeriële regeling geneesmiddelen met verschillende sterktes van dezelfde werkzame stof voorkomen, heeft de zorgverzekeraar de bevoegdheid om een of meer geneesmiddelen met een of enkele van de verschillende sterktes van deze werkzame stof aan te wijzen.
Partij(en)
Menzis c.s., adv. mr. K. Teuben, vs. Goodlife, adv. mrs. J. de Bie Leuveling Tjeenk en I.L.N. Timp.