NJF 2018/422
Procesrecht. Gezag van gewijsde van een oordeel in eerste aanleg waartegen geen incidenteel appel is ingesteld.
Hof 's-Hertogenbosch 08-05-2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1997
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
8 mei 2018
- Magistraten
Mrs. I.B.N. Keizer, J.C.J. van Craaikamp, R.J.M. Cremers
- Zaaknummer
200.206.462_01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2018:1997, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 08‑05‑2018
- Wetingang
Art. 236 Rv
Essentie
Procesrecht. Gezag van gewijsde van een oordeel in eerste aanleg waartegen geen incidenteel appel is ingesteld.
Samenvatting
Appellante in deze zaak vordert veroordeling van geïntimeerde tot betaling van een geldsom, stellende dat geïntimeerde hiertoe gehouden is op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst. In eerste aanleg heeft de kantonrechter een beroep van geïntimeerde op vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling verworpen. Het hof overweegt dat deze verwerping dragend is voor de (gedeeltelijke) toewijzing van het gevorderde in het dictum van het vonnis. Aangezien geïntimeerde tegen de verwerping geen incidenteel hoger beroep heeft ingesteld, heeft dit oordeel gezag van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.