Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/5.5.2
5.5.2 Vereisten anbi-status
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS500304:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wijziging Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 en Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, Besluit van 1 februari 2007/Nr. DB 2007-31 M, Stcrt. 2007, 28.
Besluit van 1 februari 2007/Nr. DB 2007-31 M, Stcrt. 2007, 28.
Rb. 's-Gravenhage, EK, 13 december 2007, nr. AWB 07/980, VN 2008, 17.2.4.
HR 12 mei 2006, BNB 2006/267c.
Artikel 41a lid 1 sub a Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.
Artikel 41a lid 1 sub b Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.
Artikel 41a lid 1 sub c Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.
Besluit van 1 februari 2007/Nr. DB 2007-31 M, Stcrt. 2007, 28.
HR 8 februari 1989, BNB 1989/111.
Artikel 41a lid 1 sub e Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.
Regeling maximumbedragen vacatiegelden, 22 november 2004, nr. BZ 2004/639, Stcrt. 2004, 231 welke is gebaseerd op het Vacatiegeldenbesluit 1988. De bedragen luiden per vergadering € 135 (algemeen), € 200 (zwaar) en € 260 (voorzitter), waarbij twee of meer vergaderingen van dezelfde commissie op dezelfde dag als één vergadering worden aangemerkt. Een hogere beloning hoeft niet per se bovenmatig te zijn. Voor de beantwoording van die vraag spelen onder meer aard en omvang van de instelling en de maatschappelijke positie van het lid van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt, een rol, zie: Ministerie van Financiën 27 november 2008, nr. CPP 2008/2130M (Stcrt. 2008, nr. 235, p. 4).
Artikel 41a lid 1 sub h Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.
Twee aspecten spelen een rol bij het behouden van de anbi-status in het kader van rechtsvormwijziging van een anbi.1 Allereerst is bepalend of kwalitatief en kwantitatief sprake is van een algemeen nut beogende instelling. De wet geeft daarvan geen definitie, de toelichting bij de wettelijke bepalingen evenmin. Wel wordt verwezen naar de toepasselijkheid van jurisprudentie.
De vaste jurisprudentie op dit punt van vóór 1 januari 2008 geldt onverkort. Hieruit volgt dat onder het algemeen nut in elk geval niet het primair en/of rechtstreeks dienen van een particulier of individueel belang kan worden verstaan.2 Bij het realiseren van de doelstelling moet het gaan om de samenleving als geheel en niet op de individuele belangen van haar leden (in casu: van de ijsclub) van een vereniging3of van oprichters of bestuurders van een stichting. De Hoge Raad4 bepaalde ter concretisering van dat algemene uitgangspunt dat het algemeen belang ten minste in gelijke mate als het particulier belang moet worden gediend.
Het tweede aspect betreft de vraag of de middelen van de rechtspersoon daadwerkelijk en controleerbaar ten behoeve van de instelling worden ingezet. Het gaat dan om kenbaarheid en toetsbaarheid. Aan deze regels worden anbi's doorlopend getoetst. De nadere regels, zoals in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 zijn vastgelegd, hebben betrekking op de regelgeving van de instelling, de onafhankelijkheid van het beleid, de feitelijk door de instelling verrichte werkzaamheden, de administratieve organisatie, de handelwijze bij liquidatie van de instelling en de bestedingen van reserves van de instelling.
Een aantal door de regelgeving vastgestelde elementen kunnen bij rechtsvorm-wijziging van een anbi leiden tot verlies van de anbi-status. Voor de notaris en fiscalist is het van belang hier rekening mee te houden. Om aan de anbi-voorwaarden te blijven voldoen, zal allereerst uit de statuten na rechtsvormwijziging blijken dat de rechtspersoon geen winstoogmerk heeft. Ook uit de feitelijke werkzaamheden dient dit ontbreken van een winstoogmerk te blijken.5 Daarnaast dient uit statuten en feitelijke werkzaamheden van de rechtspersoon te blijken dat de rechtspersoon het algemeen belang dient.6
In de derde plaats mag een natuurlijk persoon noch een rechtspersoon over het vermogen van de rechtspersoon beschikken als ware het zijn eigen vermogen; het `beschikkingsmachtcriterium'.7 Dit criterium beoogt onder meer de onafhankelijkheid van de rechtspersoon ten opzichte van haar donateurs aan de ene kant en haar begunstigers aan de andere kant te waarborgen. Een natuurlijk persoon of rechtspersoon mag niet op grond van (statutaire) bepalingen of feitelijke omstandigheden de zeggenschap binnen de rechtspersoon hebben.8 Van beschikken als was er sprake van eigen vermogen is bijvoorbeeld sprake in het geval een stichting bestaat uit een bestuur met twee bestuurders (echtpaar) zonder toezichthoudend orgaan.9 Een bijzonder regime bestaat op dit punt voor steunstichtingen. Steunstichtingen worden met de anbi als één instelling beschouwd. Een afhankelijkheidsrelatie tussen steunstichting en anbi valt daarom niet onder het criterium `als ware het zijn eigen vermogen'.
Ten vierde mogen bestuurders en andere leden van organen die het beleid bij de rechtspersoon bepalen, geen andere beloning ontvangen dan een vergoeding van gemaakte onkosten en vacatiegeld.10 De hoogte daarvan dient gebaseerd te zijn op het Vacatiegelden Besluit om in elk geval niet als bovenmatige vergoeding aangemerkt te worden.11 Ten slotte dient bij liquidatie van de rechtspersoon het liquidatiesaldo zodanig besteed te worden dat daarmee het algemeen belang gediend wordt.12