NJB 2017/1198
Beklag aangaande beslag art. 552a Sv: nu de wet geen voorziening kent voor de verdere behandeling van een beklag overeenkomstig deze bepaling na overlijden van de klager, moet het beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen
HR 16-05-2017, ECLI:NL:HR:2017:899
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
16 mei 2017
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma, V. van den Brink
- Zaaknummer
16/04578 B
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:899, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 16‑05‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:349, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑04‑2017
- Wetingang
(art. 552a Sv)
Essentie
Beklag aangaande beslag art. 552a Sv: nu de wet geen voorziening kent voor de verdere behandeling van een beklag overeenkomstig deze bepaling na overlijden van de klager, moet het beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen
Uitspraak
Hoge Raad, o.a.:
Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [...] gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de klager op 11 maart 2017 aldaar overleden.
Nu de wet geen voorziening kent voor de verdere behandeling van een beklag overeenkomstig art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.