De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.7.1:4.7.1 Inleidende opmerkingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.7.1
4.7.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS395985:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wij komen nu toe aan de spiegelbeeldsituatie van het groenekaartschadegeval. In de paragrafen 4.7 tot en met 4.9 is de bezoeker niet de aansprakelijke maar slachtoffer, het terrein dat wordt bestreken door de 4e Richtlijn. De instanties en figuren die hier een rol spelen zijn de schaderegelaar, het schadevergoedingsorgaan en - in een aantal uitzonderingssituaties - het waarborgfonds.
In het regime van de '4e Richtlijn' speelt de schaderegelaar een centrale rol. Hij is de figuur die door elke in een lidstaat toegelaten 'Wam'-verzekeraar in elke andere lidstaat moet worden aangesteld. Tot hem moet de benadeelde van een ongeval in een andere lidstaat dan die van zijn woonplaats (en soms van een ongeval in een niet-lidstaat) zich kunnen wenden.
De Nederlander die in Duitsland de benadeelde wordt van een ongeval dat door een Duitse verzekerde automobilist is veroorzaakt, kan zich na terugkomst in Nederland wenden tot de door de Duitse verzekeraar in Nederland aangestelde schaderegelaar. Als het ongeval - door dezelfde Duitse automobilist - is veroorzaakt in Wit-Rusland, heeft de Nederlander eveneens toegang tot de in Nederland aangestelde schaderegelaar (Duitse verzekeraars zijn, anders dan Nederlandse verzekeraars, op grond van de wet verplicht tot het geven van Europadekking en dus ook tot dekking in Wit-Rusland). Zie verder paragraaf 5233 voor dit aspect van het Duitse Pflichtversicherungsgesetz.
In paragraaf 4.7 staat de schaderegelaar centraal. Aan de orde komt de vraag aan welke voorwaarden het ongeval (en de benadeelde) moet voldoen om zich tot de schaderegelaar te kunnen wenden (par. 4.7.2), hoe zijn juridische positie moet worden gekwalificeerd (par. 4.73) en wat zijn taken en bevoegdheden (moeten) zijn (par. 4.7.4). In paragraaf 4.7.5 wordt ten slotte besproken hoe de figuur van de schaderegelaar naar Nederlands recht is geregeld.
Denkbaar zou zijn de voorwaarden voor de toepasselijkheid van de 4e Richtlijn eerst in algemene zin te bespreken, omdat deze voorwaarden deels gelijk zijn voor de toegang tot zowel de schaderegelaar als het schadevergoedingsorgaan. Uit oogpunt van toegankelijkheid heb ik daar echter van afgezien. Deze algemene - zij het enigszins globale - beschrijving kan de lezer immers reeds vinden in paragraaf 43. Bovendien verschillen de regelingen van schaderegelaar en schadevergoedingsorgaan in een aantal opzichten zodanig dat een integrale bespreking van deze voorwaarden bij elk van deze figuren afzonderlijk evenzeer gerechtvaardigd is, de onvermijdelijke herhaling die daarvan het gevolg is ten spijt.