Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/5.5.3
5.5.3 Geen rechtsvormeis(?)
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS497816:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor verenigingen, cooperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen is gezocht met woord `vereniging/cobperatie/onderlinge waarborgmaatschappij' in de naam. Ter vergelijking: Op 12 februari 2008 stonden 12.679 stichtingen en 877 verenigingen met anbi-status geregistreerd, zie S.J.C. Hemels, 'Een eerste evaluatie van de nieuwe anbi-registratie', WFR 2008-249.
Kamerstukken I2005/06, 27 789, nr. 12, p. 5.
S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoest, `De nieuwe anbi-regeling: zijn oude rangschikkingen goud waard?', VP Bulletin 2007-11, p. 8-11.
S.J.C. Hemels, 'Een eerste evaluatie van de nieuwe anbi-registratie', WFR 2008-249.
HR 12 mei 2006, BNB 2006/267c.
Vraag 1.e. aanvraagformulier anbi.
Voor anbi's vloeit uit de wet geen rechtsvormeis voort. Op 27 juni 2008 stonden 17 252 stichtingen geregistreerd met anbi-status, 1339 verenigingen, 2 coöperaties, 12 naamloze vennootschappen en 18 besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.1 Het totaal aantal geregistreerde anbi's bedraagt rond de 26.000. Inmiddels is via het zoeksysteem van de Belastingdienst een lijst van geregistreerde anbi's via internet beschikbaar gesteld. Een (nog) niet te achterhalen aantal daarvan zijn kerkgenootschappen, buitenlandse anbi's en groepsbe schikkingen. De kerkgenootschappen zijn geregistreerd via een 27-tal kerkkoepels. Het aantal ingeschreven rechtspersonen is het laatste halfjaar enorm gestegen. Het aantal overstijgt het aantal geregistreerden (stichtingen) van 17 000 in 2005.2
Hoewel formeel geen rechtsvormeis geldt, blijkt uit de omschrijving van een anbi dat in eerste instantie aan de stichting als rechtsvorm wordt gedacht. Dat neemt niet weg dat in beginsel elke soort rechtspersoon in aanmerking komt voor een anbi-status mits uiteraard aan alle gestelde voorwaarden voor toekenning van die status wordt voldaan.
De Belastingdienst gaat uit van de rechtsvorm van stichting of vereniging wat blijkt uit vraag 1.b. van het aanvraagformulier:
`Is de instelling een stichting, een vereniging, een publiekrechtelijk rechtspersoon of een kerkelijke instelling?'
In de literatuur is gesuggereerd dat uit de vraagstelling een dwingende rechts-vormeis voortvloeit. Gesteld is dat indien deze vraag met 'nee' beantwoord wordt, dit in praktijk meestal leidde tot een afwijzende beschikking van de Belastingdienst.3 Hemels4 merkt op dat deze vraagstelling suggestief is aangezien blijkt van een rechtsvormvoorkeur van de zijde van de Belastingdienst hetgeen niet overeenkomt met het uitgangspunt dat rechtsvorm niet relevant is voor de anbistatus. Rechtsvormwijziging van een stichting in een andere rechtsvorm dan een vereniging of van een vereniging in een andere rechtsvorm dan een stichting lijkt daarbij volgens Hemels al bij voorbaat verlies van de anbi-status op te leveren. Van een dwingende rechtsvorm blijkt echter in praktijk geen sprake gezien de diversiteit van geregistreerde rechtsvormen van de anbi's. Wel is het zo dat een `nee' op deze vraag, terecht, tot nadere vragen van de zijde van de Belastingdienst leidt aangezien de aard van de rechtspersoon dan leidt tot nader onderzoek. Eén van de gestelde anbi-eisen, te weten het ontbreken van een winstoogmerk, maakt de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar haar aard minder geschikt om de anbi-status te behouden na rechtsvormwijziging vanuit een stichting of vereniging. Een kapitaalvennootschap veronderstelt een winstoogmerk. Op grond van een expliciete statutaire bepaling kan hiervan worden afgeweken.5 De vereniging, cooperatie en onderlinge waarborgmaatschappij liggen als rechtsvorm evenmin voor de hand vanwege de anbi-eis dat de leden geen vermogensaanspraken mogen verwerven.6
Hoewel geen rechtsvormeis geldt voor een anbi, kan geconcludeerd worden dat de voorwaarden die gesteld worden aan een anbi-status leiden tot een instelling waarin de rechtsvorm stichting het meest voor de hand ligt gezien de aard van de rechtsvorm. De registraties tonen aan dat andere rechtsvormen ook mogelijk zijn maar dat dan bijzondere aandacht vereist is om na te gaan of alle anbi-eisen voldoende gewaarborgd zijn. Het lijkt daarom niet noodzakelijk een rechtsvormeis voor privaatrechtelijke rechtspersonen te introduceren hetgeen er tevens toe leidt dat rechtsvormwijziging mogelijk is.