Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.3.7.1
16.3.7.1 Inleiding
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414390:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a — 193; Krop-holler, EZPR 1996, p. 150; anders: Rb. Arnhem 4 april 1991, NIPR 1991, 325.
Par. 16.3.6.1.
Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 169; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 203.
Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 210.
Polak 2005, (T&C Rv), art. 7 aant. 4.
Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 169; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 203.
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/28.
Kropholler, EZPR, p. 188; Verheul, Rechtsmacht, Deel I, p. 151; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 169; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 204.
Distributieovereenkomst en onderliggende koopovereenkomsten; zie Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 169 en Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 204 met verwijzing naar Franse rechtspraak, die in zulke gevallen de eis van verknochtheid soms minder strikt interpreteert.
HvJ EG 13 juli 1995, zaak C-341/93, Danvaern/Otterbeck, Jur. 1995, p. 1-2053, NJ 1996, 157 en AG Caportorti voor HvJ EG 9 november 1978, zaak 23/78, Jur. 1978, p. 2133 die zowel vanuit praktisch als dogmatisch oogpunt aangeeft waarom art. 6 sub 3 EEX geen betrekking heeft op verrekening als verweer; anders: Schockweiler, Civil Jurisdiction, p. 128 en BGH 20 juni 1979, Serie D 1.17.1.1 - B 13.
Rb. Zwolle, 16 augustus 1995, NIPR 1996, 307.
Art. 6 sub 3 EEX-V°/Verdrag bepaalt dat een verweerder met woonplaats in een EG respectievelijk verdragsluitende staat kan worden opgeroepen voor het gerecht waar de oorspronkelijke eis aanhangig is met betrekking tot een tegeneis die voortvloeit uit de overeenkomst of het rechtsfeit waarop de oorspronkelijke eis is gebaseerd. Art. 6 sub 3 EEX-V°/Verdrag kent derhalve twee toepassingsvoorwaarden:
De verweerder van de tegenvordering heeft woonplaats in een EG respectievelijk verdragsluitende staat;
De tegenvordering spruit voort uit de overeenkomst of het rechtsfeit waarop de vordering in conventie is gebaseerd.
Sommige auteurs stellen een derde voorwaarde, namelijk dat de bevoegdheid van het gerecht in conventie is gebaseerd op EEX-V°Nerdrag.1 Dit vereiste volgt echter niet uit de tweede of derde paragraaf van art. 6 EEX-V°Nerdrag. Integendeel, bij art. 6 sub 2 EEX-V°/Verdrag mag de hoofdvordering een exorbitant forum zijn.2 Voor een verschil in behandeling tussen de par. 2 en 3 is geen goede reden. Deze voorwaarde mag daarom niet ten aanzien van een conventionele vordering worden gesteld.3 Derhalve kan ook een forumkeuze — ook naar commuun internationaal privaatrecht — voldoende zijn voor bevoegdheid van het gerecht ex art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag voor de reconventionele vordering.4 Hierna bespreek ik beide voorwaarden voor toepasselijkheid van art. 6 sub 3 Rv.
Ad i):
Deze voorwaarde vloeit voort uit de aanhef van art. 6: 'Deze verweerder'. Bedoeld is de verweerder van art. 5 EEX-V°/Verdrag die volgens de tekst woonplaats moet hebben in een EG respectievelijk verdragsluitende staat. Met 'Deze verweerder' is bedoeld de eiser in conventie tevens verweerder in reconventie. Voldoet de verweerder in reconventie niet aan deze voorwaarde, dan is bij een procedure voor de Nederlandse rechter art. 7 lid 2 Rv van toepassing ten aanzien van de bevoegdheid van de vordering in reconventie. Dat leidt tot een ruimere mogelijkheid voor bevoegdheid, omdat anders dan art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag (zie ad (ii)), art. 7 lid 2 Rv niet vereist dat de vordering moet voortspruiten uit dezelfde overeenkomst of rechtsfeit. Art. 7 lid 2 Rv stelt slechts als voorwaarde dat voldoende samenhang dient te bestaan.5
De eiser in reconventie/verweerder in conventie behoeft voor art. 6 sub 3 EEX-V°/ Verdrag noch voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag woonplaats in een EG respectievelijk verdragsluitende staat te hebben. De grondslag voor bevoegdheid in conventie doet voor art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag niet ter zake.6 Dat kan derhalve bijv. ook het forum prorogatum zijn, indien tussen partijen ter zake van de conventionele vordering een forumkeuze is tot stand gekomen. Eveneens kan de bevoegdheid van het gerecht in conventie voortvloeien uit het commune internationaal privaatrecht van de geadieerde rechter. Een forumkeuze krachtens art. 8 Rv voor de conventionele vordering belet derhalve het gerecht niet om zich bevoegd te achten in reconventie op grond van art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag.
Ad ii):
De verknochtheid tussen de conventionele en reconventionele vordering is uitdrukkelijk als voorwaarde gesteld, omdat de wetgevingen van de EG- c.q. verdragsluitende staten niet gelijkluidend zijn.7Indien het geschil gaat over een overeenkomst, moeten de vorderingen voortvloeien uit dezelfde overeenkomst.8 Indien geen sprake is van een overeenkomst dienen de vorderingen voort te vloeien uit één rechtsfeit. Door deze tweede voorwaarde zullen niet gauw conflicten met art. 23 EEX-V°/17 Verdrag zijn te verwachten. De tegenvorderingen moeten immers voortspruiten uit de overeenkomst of het rechtsfeit waarop de conventionele vorderingen zijn gegrond. En dus is de forumkeuze voor de vorderingen in conventie en reconventie vaak dezelfde. Dat betekent dat hetzelfde forum moet worden geadieerd voor de wederzijdse vorderingen, namelijk de aangewezen rechter.
Het vereisen van verknochtheid toont het belang aan van een forumkeuze. Indien de vorderingen in conventie en reconventie niet zijn verknocht, is aan de tweede voorwaarde van art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag niet voldaan. Behoudens andere bevoegdheidsgrondslagen, kan de eiser in reconventie het geschil niet brengen voor de rechter waar de conventionele vordering aanhangig is. Hebben partijen daarentegen een forumkeuze gesloten, dan kan de verweerder in conventie op grond van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag zijn tegenvordering bij dezelfde rechter aanhangig maken. Indien partijen het forum hebben gekozen waar de oorspronkelijke vordering aanhangig is, kan het gerecht het gehele geschil behandelen ook zonder verknochtheid. Dat kan in het bijzonder nuttig zijn bij beëindiging van samenwerkings- of distributieovereenkomsten waar de vorderingen voortvloeien uit verschillende rechtsverhoudingen.9 In conventie kan de distributeur bijv. nakoming van een distributieovereenkomst vorderen. In reconventie stelt de leverancier een vordering in wegens niet nakoming van koopovereenkomsten. Zonder forumkeuze kan de distributeur een beroep doen op onbevoegdheid voor de reconventionele vordering, omdat deze niet uit dezelfde overeenkomst voortvloeit.
Is het gerecht waar de conventionele vordering aanhangig is niet gekozen, dan kan de verweerder in conventie/eiser in reconventie door een beroep op onbevoegdheid in conventie toch zorgen voor concentratie van geschillen bij de gekozen rechter. Partijen dienen dan voor beide rechtsverhoudingen dezelfde rechter aan te wijzen of hun keuze te wijzigen. Een andere optie voor de partijen is een stilzwijgende forumkeuze, maar dat heeft processuele risico's die hierna aan bod komen.
Overigens kunnen een forumkeuze en art. 6 sub 3 EEX-V°Nerdrag slechts conflicteren voor een eis in reconventie. Het beroep op verrekening of opschorting in conventie zonder een tegeneis in te stellen, blijft mogelijk ondanks een forumkeuze die ziet op de tegenvordering.10 Het is een logische oplossing van het Hof van Justitie, omdat een vordering in reconventie een zelfstandig karakter heeft en niet accessoir is aan de procedure in conventie.11 Deze oplossing brengt niettemin mee dat de gederogeerde rechter terughoudend dient te zijn bij een inhoudelijke beoordeling van een verweer op basis van een overeenkomst of een rechtsfeit waarvoor partijen een forumkeuze zijn overeengekomen.