Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/9.2.5:9.2.5 Contractuele informatierechten
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/9.2.5
9.2.5 Contractuele informatierechten
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971995:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de praktijk komt het geregeld voor dat partijen contractuele afspraken maken over de informatievoorziening aan aandeelhouders. Dergelijke contractuele informatierechten worden in de regel vastgelegd in aandeelhoudersovereenkomsten en zogeheten ‘relationship agreements’. Deze afspraken kunnen doorwerken in de vennootschappelijke deelrechtsorde doordat zij van betekenis zijn bij de inkleuring van de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid alsmede het vennootschappelijk belang. Overigens kunnen deze vennootschapsrechtelijke normen op hun beurt ook doorwerken in het verbintenissenrecht, bijvoorbeeld doordat zij relevant kunnen zijn voor de interpretatie van de betreffende afspraken alsmede de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.
Ik heb drie soorten contractuele afspraken over informatierechten behandeld. Ten eerste kunnen partijen aanvullende contractuele informatierechten overeenkomen. Dit is in de praktijk gebruikelijk en dergelijke afspraken zijn afdwingbaar. Daarbij kan met name worden gedacht aan verplichtingen van de vennootschap om periodiek of ad hoc, al dan niet op verzoek, bepaalde informatie te verstrekken. Geïnspireerd door buitenlandse rechtsstelsels, komen ook visitatie- en inspectierechten voor. Inspectierechten geven aandeelhouders toegang tot (delen van) de administratie van de vennootschap, en visitatierechten geven recht op toegang tot kantoren en andere locaties van de vennootschap. Ten slotte noem ik de board observer: het contractuele recht van (een vertegenwoordiger van) de aandeelhouder om vergaderingen van de vennootschapsleiding bij te wonen.
Ten tweede kunnen partijen afspraken maken over de nadere uitwerking van wettelijke informatierechten. Dit komt minder vaak voor en onduidelijk is of dergelijke afspraken in rechte afdwingbaar zijn, wat overigens mede zal afhangen van de aard en strekking van die afspraken. Zo is denkbaar dat afspraken worden gemaakt over de reikwijdte van de ‘zwaarwichtig belang’-norm aan de hand waarvan de bovengrens van informatierechten wordt bepaald. Voorts kunnen afspraken worden gemaakt over bepaalde vormen van geschilbeslechting indien discussie ontstaat over de vraag of bepaalde informatie dient te worden verstrekt. Ten slotte wijs ik op de mogelijkheid om afspraken te maken over bijvoorbeeld de logistieke aspecten van informatieverstrekking en de geheimhouding van aldus verkregen informatie.
Ten slotte heb ik gekeken naar de contractuele mogelijkheid van partijen om wettelijke informatierechten te beperken. Die mogelijkheid blijkt zeer beperkt. Aandeelhouders kunnen hun rechten ontleend aan artikel 2:8 BW niet prijsgeven. Een aandeelhouder kan dus geen afstand doen van zijn recht op informatie in de voorfase van de aandeelhoudersvergadering noch het informatierecht buiten vergadering. Aangenomen wordt dat hetzelfde geldt voor het recht op inlichtingen ex artikel 2:107/217 lid 2 BW. Wel kunnen partijen contractueel (deels) inkleuring geven aan hetgeen artikel 2:8 BW vereist. Dit kan indirect, via de vennootschappelijke doorwerking van contractuele afspraken, resulteren in een contractuele beperking van wettelijke informatierechten. In een meer ‘gesloten’ (niet te verwarren met besloten) samenwerkingsverband zal de aandeelhouder in algemene zin minder aanspraak kunnen maken op informatie van de vennootschap.