Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.D.1.3.5
III.D.1.3.5 De gereduceerde omvang van de verbintenis (de vierde zwakke plek)
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS407193:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 4:960 e.v. oudBW
Ofgeregistreerdpartner, art. 4:8 BW.
En maar liefst door de verbintenisrechtelijke aard van de legitieme een goederenrechtelijke marge van in beginsel 'honderd procent' (1/1 enig erfgenaam).
Dit laat onverlet de andere wettelijke rechten.
Zie Bundesverfassungsrecht 19 april 2005, DNotz 2006-60 ('de legitieme blijft') waarin deze twee normen genoemd werden. Dit doorwerken ziet op de situatie waar de tijdelijke niet-opeisbaarheidvan de legitieme portie strategisch gebruikt wordt om reeds bij het 'eerste overlijden' het gehele vermogen van de langstlevende in 'bloot eigendom' over te laten gaan naar een van de kinderen, zodat bij het overlijden van de langstlevende de andere legitimarissen hier geen erfrechtelijke grip meer op hebben, aangezien vruchtgebruik nu eenmaal geen deel meer uitmaakt van de legitimaire massa.Vruchtgebruik 'verdampt' immers bij overlijden.
ECKHARD WALZHOLZ, Gestaltungsmoglichkeiten zur Reduzierung von Pflichtteil-sanspruchen, der Fachanwalt fur Erbrecht 2, 2005.
HANS JURGEN VON DICKHAUTH-HARRACH, Argernis Pflichtteil, Notar undRechtsgestaltung, Tradition und Zukunft, Jubilaum-Festschrift des Rheinischen Notariats, Koln: Otto Schmidt, Rheinische Notarkammer 1998, p. 197.
B.C.M.WAAIJER, Handboek Erfrecht, Deventer: Kluwer 2006, p. 390.
Hoe groot is de omvang van de verbintenis?
Niet onvermeldmag blijven in het verlengde van de 'nur' verbintenisrech-telijke werking van de legitieme, dat ten opzichte van het oude erfrecht1 het steeds eenvoud troef is bij het notariele rekenwerk, omdat er op grond van art. 4:64 lid 1 BW altijd gewerkt mag worden met de formule: 'de helft van...'. Van belang is vervolgens te constateren dat blijkens hetzelfde artikel het legitieme breukdeel van het kind bepaald wordt op basis van de 'eerste groep ver-sterferfgenamen' als bedoeld in art. 4:10 BW, derhalve met meetelling van een echtgenoot of geregistreerdpartner. Hun aanwezigheidheeft derhalve een grote invloed op de omvang van de legitieme portie. Het beruchte art. '963a' (oud) BW keerde immers niet terug. Door het meenemen van de echtgenoot als 'fictief kind' wordt men derhalve bij een beroep op de legitieme vaak meer dan gehalveerd. Een erflater met echtgenoot2 en twee kinderen heeft een economische 'range' van 5/6e gedeelte3 van de nalatenschap in de zin van art. 4:65 BW om een van zijn twee kinderen te bevoordelen.4 Dit terwijl een erflater zonder echtgenoot 'slechts'een economische marge heeft van 3/4e gedeelte. Hierdoor zou men dan ook op de gedachte kunnen komen de vermogensoverheveling naar de volgende generatie te regelen bij het eerste overlijden en niet pas bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot. Door de loutere aanwezigheidvan een echtgenoot worden niet alleen de marges groter, maar beschikt erflater ook nog over het niet-opeisbaarheidsschild van art. 4:82 BW, dat ingezet kan worden om een bevoordelende vermogensoverheveling naar een van de kinderen in gang te zetten waardoor de facto de contante waarde van de legitieme nog kleiner wordt. Over deze aan een legitieme portie wezensvreemde 'vrijgeleide' hierna meer. Ik merk op dat de niet- opeisbaarheid van de legitieme derhalve niet alleen doorwerkt in de tweede norm van het door de legitieme te beschermen belang (ten opzichte van 'echtgenoot of levensgezel') maar zelfs gevolgen heeft voor de eerste norm (kinderen ten opzichte van elkaar).5
Het zal niet verbazen dat de Duitse collega's onder het kopje 'Familie-nrechtliche Moglichkeiten der Pflichtteilsreduzierung'6 over het aantal zielen ook weer een uitgesproken mening hebben: 'Huwen en/of adopteren' met het oog op verminderen van de legitieme is een slecht motief, maar was men het toch al van plan, dan komt het goed uit. Een andere notaris7 stipt (zelfs) aan dat een 'vrijgezel' niet alleen in het huwelijk kan treden ter halvering van de rechten van het eigen kind, maar in het kader van het 'reduzie-ren' ook nog het kind van de betreffende echtgenoot zou kunnen'adopteren'. Wellicht allemaal wat erg ver gezocht? Deze enthousiaste aanpak van de materie zal ongetwijfeldook weer samenhangen met de Duitse Grundlichkeit.
In het nieuwe erfrecht kan ook door de aanwezigheid van stiefkinderen de legitieme portie van een'eigen' kindverkleind worden, art. 4:91 BW. Dit artikel dient echter benaderd te worden vanuit de filosofie dat de wetgever erflater de mogelijkheid wilde geven om stiefkinderen gelijk te stellen met eigen kinderen, maar ook niet meer dan dat.8
Voorts worden in tegenstelling tot het oude recht slechts de in aanmerking te nemen giften bij de vaststelling van de legitimaire massa als bedoeld in art. 4: 65 BW meegenomen. Deze laatste reducering van de omvang van de verbintenis geeft in de praktijk veel vrijheid bij de strategische planning. Tevens wordt voor de waardering van giften als hoofdregel, waarderen naar het tijdstip van de prestatie aangehouden, art. 4:66 BW. Eveneens een regel om niet te onderschatten. Zeker als het betreft een overdracht van een goed onder voorbehoudvan vruchtgebruik (met kwijtschelding van de koopsom in termijnen).