V-N 2026/16.16
DGA is niet aangifteplichtig voor zijn BV’s en dus geen ‘pleger’
HR 24-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:424, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2026
- Magistraten
Van den Brink, Faase, Kooijmans, Trotman, Damsteegt
- Zaaknummer
23/00760
- Conclusie
AG P.M. Frielink
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD97122:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Aangifte
Fiscaal strafrecht (V)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:424, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:67, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑01‑2026
- Wetingang
Art. 69 lid 1 AWR
Essentie
De strafkamer van de Hoge Raad oordeelt dat de wettelijke aangifteplicht op de BV rust waaraan het VPB-aangiftebiljet is uitgereikt en niet (ook) op degene die als vertegenwoordiger of gemachtigde namens de BV het biljet feitelijk in ontvangst heeft genomen.
Samenvatting
X is (middellijk) enig aandeelhouder van twee BV’s. Vanaf 2011 dient hij zowel voor zichzelf als voor de BV’s stelselmatig geen belastingaangiften meer in. In 2018 is door de FIOD in de woning van X een groot aantal ongeopende blauwe enveloppen aangetroffen. Slechts enkele daarvan zijn ter controle door de FIOD geopend. De door X zelf gemaakte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.