Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.4.2
12.4.2 Forumkeuze ex artikel 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag door een trust
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS411945:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/106.
Verbeke, in: Erauw e.a. (red), WIPR Becommentarieerd, p. 658; Schlosser, EZPR, p. 150.
Rapport Catherine Kessedjian, doc. prél., nr. 8, par. 58.
Rapport Nygh/Pocar, doc. prél. nr. 11, p. 61.
Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 97; Schlosser, EZPR, p. 150.
Schlosser, EZPR, p. 150.
Beraudo, Jurisclasseur, fasc. 3010, suppl. 3, 1989, p. 27.
Rapport Catherine Kessedjian, Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 7, par. 124 en doc. prél. 8, par. 58.
Rapport Schlosser, p. C 59/107.
De art. 122-125 WIPR kennen voor de toepassing van deze wet een omschrijving van een 'trust', maar deze omschrijving is niet van belang voor art. 23 EEX-V°/117 Verdrag en de toepassing van deze bepaling op trusts. Buiten het toepassingsbereik van EEX-V°/Verdrag wordt de bevoegdheid betreffende geschillen voortvloeiende uit trusts geregeld door art. 123 WIPR.
Vischer, Internationales Vertragsrecht, p. 605; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 406 (juli 2006), p. A-a-489; Kropholler, EZPR, p. 286.
Verdrag d.d. 1 juli 1985, Trb. 1985, 141.
Nagel/Gottwald, IZPR, p. 133; Verbeke, in: Erauw e.a. (red), WIPR Becommentarieerd, p. 661.
Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 97; Beraudo, Jurisclasseur, suppl. 1989/3, p. 27.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1763, J 1996, 279.
Anders: Metzger, Les grandes lignes, p. 20.
Anders: Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 212, noot 242 die meent dat alle mogelijke vormen van art. 17 lid 1 Verdrag ook voor de trust gelden.
Mezger, Les grandes lignes, p. 20.
Ook Kaye, Civil Jurisdiction, p. 1100 vermeldt geen rechtspraak; Verbeke, in: Erauw e.a. (red), WIPR Becommentarieerd, p. 663 verwacht dat een forumkeuze in een trust met een keuze voor de Belgische rechter met een keuze voor Belgisch recht « vrijwel ondenkbaar » is.
Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/106, nr. 113 spreekt dit vermoeden uit en gelet op het ontbreken van bekende rechtspraak is het vermoeden waarschijnlijk juist. Schlosser geeft als reden dat het vaak onmogelijk is om tevoren aan te geven welk forum geschikt zal zijn voor berechting van geschillen.
Voor een geldige forumkeuze krachtens art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag in een trust dienen de volgende voorwaarden (cumulatief) te zijn vervuld:
Het dient te gaan om een trust;
die valt binnen het materiële toepassingsbereik van EEX-V°Nerdrag; en
het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag; en
is opgericht door een oprichtingsakte.
Onder een trust in de zin van art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag wordt verstaan:
`de verhouding die ontstaat wanneer een of meer personen ede trustees') enigerlei soort eigendom beheren voor een of meer personen ede beneficiaries') dan wel voor een ander wettelijk toegestaan doel, en wel zodanig dat de werkelijke opbrengst van de eigendom niet ten goede komt aan de trustees maar aan de beneficiaries (waaronder zich echter een of meer van de trustees kunnen bevinden) of aan andere doelstellingen van de trust.1
Deze omschrijving van een trust is ruim. Inperking vindt echter onmiddellijk plaats doordat de bepaling het toepassingsbereik beperkt tot trusts die zijn opgericht door een oprichtingsakte. Een forumkeuze in een trust die dus op andere wijze tot stand is gekomen of opgericht, valt niet onder art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag. Een voorbeeld is een `constructive trust' die is opgelegd door een rb., soms zelfs tegen de wil van partijen.2 Ook het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag sluit dergelijke trusts uit3 door aan te sluiten bij de art. 3 en 4 Haags Trustverdrag.4 Een ander voorbeeld van uitgesloten trusts zijn de trusts die voortvloeien uit de wet, zoals de 'implied trust' .5 Ook de `resulting trust' is uitgesloten van het toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.6 Het gaat derhalve om de vrijwillige trusts.7 De reden voor deze beperking lijkt samen te hangen met een vergelijkbare beperking van het toepassingsbereik van het Haags Trustverdrag van 1 juli 1985. Het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag is eveneens beperkt tot vrijwillige, schriftelijke trusts.8
In EEX-V°Nerdrag is het woord trust niet vertaald. Aan de EG respectievelijk verdragsluitende staten is de mogelijkheid gelaten om in de nationale wetgeving die nodig is voor het van kracht laten worden van EEX-V°Nerdrag in hun nationale taal te omschrijven wat onder een `trust'moet worden verstaan.9 Nederland heeft dat niet gedaan. België, Duitsland en Frankrijk hebben evenmin dergelijke nationale regels van kracht laten worden.10
De enige aanvullende eis hangt samen met de aard van de forumkeuze in de oprichtingsakte van een trust. De forumkeuze is slechts bedoeld voor de interne betrekkingen van een trust.11 Dat zijn de betrekkingen tussen trustees, personen die deze positie opeisen en met name tussen trustees en beneficiaries. Tenslotte kunnen geschillen ontstaan tussen de oprichter van een trust en de andere betrokkenen, zoals trustees en beneficiaries. Voor verdere voorbeelden van 'interne vorderingen' waarvoor de forumkeuze kan gelden, verwijs ik naar art. 8 Haags Trustverdrag.12 Deze personen zijn gebonden zonder dat hun toestemming bestaat krachtens de oprichtingsakte.13 Alle andere rechtsbetrekkingen — bijv. met derden die overeenkomsten sluiten met de trust of een vordering uit onrechtmatige daad hebben op de trust — vallen niet onder art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag. Dit lijkt een aanzienlijk verschil met een overeenkomst, maar is het niet. Een forumkeuze in een overeenkomst heeft immers in beginsel evenmin derdenwerking. Ik verwijs hiervoor naar par. 11.2.
De vormvoorschriften van art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag voor een forumkeuze in een trust verschillen daarentegen wel van de overeenkomst. Art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag schrijft één bepaalde vorm voor: de oprichtingsakte van de trust. Andere vormen — zoals een schriftelijk bevestigde mondelinge trust of een trust op grond van de wet — zijn niet toegelaten. Een forumkeuze in andere documenten behorende bij (het beheer van) een trust is derhalve niet mogelijk. De oprichtingsakte is per definitie een geschrift en dit lijkt de enige vorm te zijn waarin rechtsgeldig een forumkeuze in een trust tot stand kan komen.14 Aan de vorm mogen geen andere of aanvullende eisen worden gesteld. De forumkeuze in de oprichtingsakte van een trust is daardoor vergelijkbaar met de forumkeuze in de statuten van een vennootschap, zoals het Hof van Justitie heeft aanvaard in het arrest powell Duffryn/Petereit.15
Het vormvoorschrift voor een forumkeuze in de oprichtingsakte van een trust kent een merkwaardige discrepantie met art. 5 lid 6 EEX-V°Nerdrag. Daar wordt een alternatieve bevoegdheid geregeld voor vorderingen tegen de oprichter, trustee of begunstigde van een trust. Voor dergelijke vorderingen zijn mede de gerechten van de staat van de plaats van vestiging van de trust bevoegd. In deze bepaling wordt gesproken over een trust, 'die in het leven is geroepen op grond van de wet, of bij geschrifte dan wel bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst'. Een (vrijwillige) trust kan derhalve ook zijn opgericht door een mondelinge overeenkomst die schriftelijk is bevestigd. Deze trust valt echter niet onder art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag.16 Het vierde respectievelijk tweede lid zien met name op de trust die de oprichter door een eenzijdige schriftelijke rechtshandeling in het leven heeft geroepen.17Een mondelinge trust die schriftelijk is bevestigd, zal eventueel aan het vormvoorschrift van art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag voldoen, indien de schriftelijke bevestiging tevens de oprichtingsakte van de trust is. Een andere mogelijkheid is om de schriftelijk bevestigde mondelinge trust te beschouwen als een overeenkomst, zoals art. 5 lid 6 EEX-V°Nerdrag aangeeft. Beoordeling van een forumkeuze aan de hand van art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag is geen juiste benadering, omdat de 'overeenkomst' van art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag niet tevens een trust inhoudt. Voor de trust heeft het Verdrag een bijzondere bepaling ingeruimd in art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag. Een forumkeuze in een trust die tegelijkertijd een overeenkomst is, mag dus alleen aan art. 23 lid 4 EEX-V°/17 lid 2 Verdrag worden getoetst. Het — autonome — begrip 'overeenkomst' in art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag omvat niet ten dele ook een trust.
Voor het overige gelden dezelfde beperkingen als voor een overeenkomst. In het bijzonder is een forumkeuze in een trust slechts beperkt inroepbaar tegen consumenten, werknemers en verzekerden begunstigden of verzekeringnemers. Ook is afwijking in een forumkeuze in de oprichtingsakte van een trust van de fora van art. 22 EEX-V°/ 16 Verdrag uitgesloten. De trust behandel ik hierna dan ook niet meer expliciet. Hetgeen geldt voor de forumkeuze door een overeenkomst geldt mutatis mutandis ook voor de trust. Indien de forumkeuze in de trust niet voldoet aan de voorwaarden van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, is de forumkeuze ongeldig. Dat raakt de rechtsgeldigheid van de trust niet.18 De `séparabilite'van de forumkeuze verzet zich hiertegen. Bovendien beoogt art. 23 EEX-V°/17 Verdrag geen regels te stellen voor de geldigheid van trusts, maar slechts een eventuele forumkeuze in de oprichtingsakte.
Tot nu toe heeft een forumkeuze in een trust geen aanleiding gegeven voor gepubliceerde rechtspraak in Nederland en België.19 Vermoedelijk komen forumkeuzen in oprichtingsakten van vrijwillige trusts die vallen binnen het toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag slechts weinig voor buiten het Verenigd Koninkrijk en Ierland.20