Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.6.2.1
11.6.2.1 Nakoming
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588348:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Door het verstrekken van de benodigde gegevens over de schuldenaar om mededeling te kunnen doen en het verstrekken van de benodigde bewijsstukken die betrekking hebben op de vordering en de nevenrechten alsmede de executoriale titels en de vuistpanden om de vordering en de daaraan verbonden nevenrechten te kunnen uitoefenen.
Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV' 2011, nr. 153.
Zie nader Biemans 2009d, par. 6.5; en Biemans 2009e, par. 3. Vgl. Vonck 2010, p. 48 e.v. Tussen beide vorderingen bestaat geen principieel verschil. Anders: Verstijlen in zijn noot onder HR 30 oktober 2009, NJ 2010, 96 (Hamm q.q./ABN Amro); en (kennelijk) Struycken & Van Zanten 2010, p. 57 e.v.
Bijvoorbeeld, laat de cedent (de verkoper) van een gecedeerde vordering onder de aan de gecedeerde vordering verbonden bankhypotheek een nieuwe vordering vallen en wordt de vordering met het daaraan verbonden zekerheidsrecht daardoor non-conform (art. 7:17 BW), dan heeft de cessionaris het recht op een andere, vergelijkbare hypothecaire vordering. V gl. in het kader van securitisaties, Ruys 2004, p. 84.
Vgl. M.v.A. II, Pari. Gesch. Boek 7, p. 297; Beuving 1996, p. 73; Wessels 2010, nr. 73; Asser/Hijma 5-I 2007, nr. 279; en voor het oude recht art. 1571-1572 BW (oud) en Wiarda 1937, p. 294-296. Zie voor een voorbeeld, Rb. Utrecht 3 februari 2010, JOR 2010/140 (Curatoren Kraamzorg Nederland/Fa-Med), m.nt. J.W.A. Biemans. Vgl. ook Gerdes 1997. Zie over garanties bij securitisatie, o.a. Ruys 2004, p. 83.
Zie voor de verjaringstermijn bij consumentenkoop, art. 7:28 lid 5 BW.
Door het verstrekken van de benodigde gegevens over de schuldenaar om mededeling te kunnen doen en het verstrekken van de benodigde bewijsstukken die betrekking hebben op de vordering en de nevenrechten alsmede de executoriale titels en de vuistpanden om de vordering en de daaraan verbonden nevenrechten te kunnen uitoefenen.
Zie nader Biemans 2009d, par. 6.5; en Biemans 2009e, par. 3.
Vgl. HR 30 oktober 2009, NJ 2010, 96 (Hamm q.q./ABN Amro ), m.nt. F.M.J. Verstijlen.
Bij de koop van vorderingen vindt het moment van aflevering immers plaats op het moment van levering, zie hiervoor. Art. 7:23 lid 3 BW is niet van toepassing.
720. De nieuwe schuldeiser kan van de verplichtingen van de oude schuldeiser nakoming vorderen (art. 3:296 BW). De nieuwe schuldeiser kan nakoming vorderen van de verplichting tot overdracht en van de verplichting van de oude schuldeiser om de macht over de vordering te verschaffen.1 Deze laatste vordering kan hij baseren op de verbintenis ex art. 6:143 BW dan wei ex art. 7:9 lid1 BW (vgl. art. 3:296 jo 6:38 BW), maar ook op de rechtsplicht van de oude schuldeiser als derde jegens de nieuwe schuldeiser als rechthebbende om zich te onthouden van inbreuk op de vordering ( een 'verbodsactie', art. 3:296 jo 6:162 BW). 2 Deze laatste vordering tot nakoming is vergelijkbaar met de bevoegdheid van de eigenaar van een zaak om van een ieder die haar zonder recht houdt (waaronder de oude rechthebbende) op te eisen ('revindicatie', art. 5:2 BW).3
Bij niet-nakoming van de verplichtingen uit hoofde van art. 6:143 BW kan de nieuwe schuldeiser de oude schuldeiser aanspreken tot nakoming.
Als de afgeleverde vordering niet beantwoordt aan de overeenkomst, kan de koper eisen: (a) aflevering van het ontbrekende, (b) herstel van de afgeleverde zaak en/of (c) vervanging van de afgeleverde zaak (art. 7:21lid 1 jo 7:47 BW). Is de vordering non-conform omdat bewijsstukken ontbreken, executoriale titels of vuistpanden, dan dienen deze alsnog te worden afgeleverd (art. 7:21lid 1 sub a jo 7:47 BW). Is geen pandrecht gevestigd ten behoeve van de vordering, terwijl is overeengekomen dat de vordering zou zijn gezekerd door een pandrecht, dan kan de verkoper verlangen dat de koper alsnog bij de schuldenaar bewerkstelligt dat een pandrecht wordt gevestigd (art. 7:21 lid 1 sub b jo 7:47 BW). Voldoet de vordering in het geheel niet, dan kan de koper vervanging van de vordering eisen, waarvoor een retro-cessie van de reeds geleverde vordering is vereist, en de cessie van de vervangende vordering (art. 7:21lid 1 sub c jo 7:47 BW).4
Partijen kunnen onder meer overeenkomen dat de vordering alleen voldoet als de schuldenaar zonder problemen zijn betalingsverplichting nakomt.5Art. 7:23 lid 1 en lid 2 BW bevatten termijnen (een vervaltermijn en verjaringstermijn) waarbinnen de koper een beroep dient te doen op de non-conformiteit. Voert de schuldenaar van een verkochte vordering op onverwachte (non-conforme) wijze verweer, dan is goed verdedigbaar dat de verkoper gehouden is in het geding te komen ten einde de belangen van de koper te verdedigen (vgl. art. 7:16 jo 7:47 BW).
Rusten op de vordering lasten of beperkingen die de koper niet uitdrukkelijk heeft aanvaard, dan kan de koper eisen dat de last of de beperking die niet op de vordering had mogen rusten en waarmee de vordering is behept, wordt opgeheven, mits de verkoper hier redelijkerwijs aan kan voldoen (art. 7:20 jo 7:47 BW). De verkoper kan bijvoorbeeld een beslaglegger voldoen, waardoor het derdenbeslag wordt opgeheven. Wanneer tegen de koper een vordering wordt ingesteld tot uitwinning of tot erkenning van een recht waarmee de vordering niet belast had mogen zijn, is de verkoper gehouden in het geding te komen ten einde de belangen van de koper te verdedigen (art. 7:16 jo 7:47 BW).
In geval van een executoriale verkoop kan de koper zich er niet op beroepen dat de vordering behept is met een last of een beperking die er niet op had mogen rusten, of dat deze niet aan de overeenkomst beantwoordt (art. 7:19lid 1 jo 7:47 BW). Bij een verkoop die bij wijze van parate executie plaatsvindt geldt hetzelfde, mits de koper wist of had moeten weten dat het een parate executie betrof. Bij een consumentenkoop kan de koper zich er echter wel op beroepen dat de vordering niet aan de overeenkomst beantwoordt.6
Blijkens de parlementaire geschiedenis kan de nieuwe schuldeiser van de oude schuldeiser nakoming vorderen van diens zorgverplichting die bestaat voor het moment van overgang van de vordering: hij kan van de oude schuldeiser vorderen dat hij zich als een zorgvuldig schuldeiser gedraagt.7 Ook ten aanzien van andere fiduciaire verplichtingen kan de nieuwe schuldeiser nakoming eisen, zo nodig versterkt met een dwangsom.
Omgekeerd kan de koper van de verkoper betaling van de koopsom vorderen.8
721. Het voorgaande geldt ook voor de stille cessie. De stille cessionaris kan met name nakoming vorderen van de verplichting van de stille cedent om op het moment van mededeling de macht over de vordering aan hem te verschaffen.9 De stille cessionaris kan deze vordering ook instellen tegen de curator van de gefailleerde stille cedent. De cessionaris zal deze vordering met name dienen te baseren de rechtsplicht van de curator als derde, om zich jegens de cessionaris, als rechthebbende, te onthouden van inbreuk op de vordering, zoals hiervoor aangegeven. 10 Weigert de curator de macht over de stil gecedeerde vordering te verschaffen, dan kan de stille cessionaris hem niet alleen in hoedanigheid, maar ook in persoon aansprakelijk stellen.11
Is de vordering non-conform, dan kan de stille cessionaris vanaf het moment van levering nakoming vorderen, niet (pas) vanaf het moment van mededeling.12 Vanaf het moment van levering beginnen ook de vervaltermijn en de verjaringstermijn van art. 7:23 BW te lopen.