Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/25
25 Het horen van getuigen vóór de litiscontestatio
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS459464:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Ik beperk mij tot de rechtspleging in de gewesten Holland, Zeeland en Friesland.
Valetudino is het Latijnse woord voor ‘gezondheid’.
Zie over de enqueste valetudinair in het Oudhollands recht: Wielant 1573, p. 212-213; De Damhouder 1626, p. 420-422; Van Alphen 1683, p. 595-600, Merulæ 1705, p. 507-508; Van Leeuwen 1720, p. 603; Vromans 1722, p. 345-350; Huber 1742, p. 336-337; Van der Linden 1794, p. 52; Briefwisseling 1819, p. 230-231.
Vromans 1722, p. 346; Lipman 1841, p. 381; Diephuis 1885, p. 92.
Le Bailly 2008, p. 35.
De Damhouder 1626, p. 421; Merulæ 1705, p. 507; Van der Linden 1794, p. 52; Le Bailly 2008, p. 36-37.
Wielant 1573, p. 213; Vromans 1722, p. 347.
In de Oudvaderlandse rechtspleging1 was een vorm van het voorlopig getuigenverhoor bekend onder de naam enqueste valetudinair2 of ad perpetuam rei memoriam.3 Deze enqueste valetudinair was afkomstig uit het canonieke recht, dat op zijn beurt het idee om voorafgaand aan een procedure getuigenverklaringen af te leggen om in een latere procedure te gebruiken had afgeleid uit het Romeinse recht.4
In de Oudhollandse procedure brak na het antwoord van de verweerder, waarin hij aangaf of hij al dan niet wilde verder procederen, de fase van litiscontestatio (gedingsbevestiging) aan. Het aanbreken van deze fase werd gezien als het begin van de rechtspleging.5 Vervolgens werden door partijen conclusies genomen, waarna vaak een tussenvonnis – het appointement dispositief – werd uitgesproken, waarin partijen werd bevolen om meer informatie te verstrekken of bewijs te leveren. In deze fase konden ook getuigen worden gehoord.6
Op de regel dat getuigen niet konden worden gehoord vóór de litiscontestatio maakte de enqueste valetudinair een uitzondering. (Toekomstige) partijen konden bij de rechter een verzoek indienen om getuigen vóór de litiscontestatio te horen, bij enqueste valetudinair. De getuige werd dan gehoord buiten aanwezigheid van de wederpartij. De rechtvaardiging voor deze uitzondering lag in de onredelijkheid dat een partij buiten zijn schuld van zijn bewijzen verstoken zou kunnen worden.7