Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.5.2.2
2.5.2.2 Overzicht verordeningen
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS300547:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De Verordening Raad voor Geschillen en de Verordening op de ledengroepen komen in onderstaand schema niet aan de orde, omdat zij onvoldoende relevant zijn met betrekking tot wettelijke controles in de zin van artikel 2:393 BW of anderszins relevant zijn voor mijn onderzoek (Verordening Raad voor Geschillen: Vastgesteld in de bijeenkomst van de Ledenvergadering van het NBA op 16 december 2013, bekendgemaakt in de Staatscourant 2014, 172, Verordening op de ledengroepen: Vastgesteld in de bijeenkomst van de Ledenvergadering van het NBA op 24 juni 2013, laatste wijziging Staatscourant 2016, 31 299.
vastgesteld in de bijeenkomst van de ledenvergadering van het nba op 23 juni 2014, bekendgemaakt in de staatscourant 2014, 23 371.
Algemene inleiding HRA, 3.2 Wet toezicht accountantsorganisaties.
vastgesteld in de bijeenkomst van de ledenvergadering van de nba op 16 december 2013, afgekondigd in de staatscourant 2014, 163.
Een onafhankelijk lichaam van de ‘International Federation of Accountants’ (IFAC).
vastgesteld in de bijeenkomst van de ledenvergadering van de nba op 16 december 2013, afgekondigd in de staatscourant 2014, 164. gewijzigd bij besluit d.d. 17 mei 2016, afgekondigd in de staatscourant 2016, 31 296.
vastgesteld in de bijeenkomst van de ledenvergadering van het nba op 16 december 2013, afgekondigd in de staatscourant 2014, 174. laatstelijk gewijzigd bij besluit d.d. 22-6-2015, afgekondigd in de staatscourant 2015, 31 707.
vastgesteld in de bijeenkomst van de ledenvergadering van het nba op 22 juni 2015, afgekondigd in de staatscourant 2015, 31 704.
vastgesteld in de bijeenkomst van de ledenvergadering van het nba op 24 juni 2013, afgekondigd in de staatscourant staatscourant. 2013, 23 899. laatste wijziging: staatscourant 2017, 40 917.
In dit overzicht wordt slechts ingegaan op de bestaande verordeningen die relevant zijn indien wettelijke controles in de zin van artikel 2:393 BW worden uitgevoerd.1
1) Verordening Accountantsorganisaties (‘VAO’)2
Deze verordening is uitsluitend van toepassing op vergunninghouders in de zin van de Wta (lees: niet op het individu maar op de accountantsorganisatie) en moet worden gelezen in relatie tot de Wta en het Bta. De VAO ziet -net als de Wta- op assuranceopdrachten bestaande uit wettelijke controles (zie paragraaf 1.5). De VAO maakt deel uit van een getrapt stelsel van wet- en regelgeving voor vergunninghouders in de zin van de Wta met betrekking tot de onafhankelijkheid, het stelsel van kwaliteitsbeheersing en de integere bedrijfsvoering.
Daarnaast is in de verordening voortgebouwd op bepalingen uit de International Standard on Quality Control 1 (‘ISQC 1’) van de International Auditing and Assurance Standards Board (‘IAASB’).
In de VAO worden de Wta/Bta-hoofdnormen van gedragsregels (het stelsel van kwaliteitsbeheersing, onafhankelijkheid en integere bedrijfsvoering van de accountantsorganisaties) verder uitgewerkt. De VAO is gebaseerd op artikel 19 lid 2 sub b Wab.
In de Wab is bepaald dat de ledenvergadering van de NBA bij verordening nadere regels moet vaststellen ter zake van de voornoemde hoofdnormen van gedragsregels van de Wta en het Bta. Dit betreft zelfregulering door de NBA. Deze regels zijn verbindend voor alle accountantsorganisaties waarbinnen registeraccountants hun beroep uitoefenen (lees: vergunninghouders in de zin van de Wta). Uitsluitend via deze schakelbepaling kan de NBA rechtstreeks regels opleggen aan een accountantsorganisatie.
Het onafhankelijk toezicht op de naleving van de in de Wta, het Bta, de VAO, de VGBA en de nadere voorschriften opgenomen regels berust bij de AFM.3 Zie paragraaf 2.4.2.6 voor een nadere uitwerking van dit toezicht.
Het toezicht berust bij de AFM, onder andere op grond van artikel 52 Wta. Artikel 52 Wta luidt: ‘De Autoriteit Financi ë le Markten kan de accountantsorganisatie waaraan een vergunning is verleend die niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens deze wet of bij de EU-verordening is bepaald, door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om binnen een door de Autoriteit Financi ë le Markten gestelde redelijke termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen’. De VAO betreft een nadere uitwerking van de Wta/Bta bepalingen.
2) Verordening gedrags-en beroepsregels accountant (‘VGBA’)4
De VGBA is een uitvloeisel van artikel 19 lid 2 sub a Wab. De VGBA geldt voor individuele RA’s en AA’s en bevat zowel gedrags- als beroepsregels. Gedragsregels zien op het gedrag van de accountant en beroepsregels op de feitelijke uitoefening van het beroep. De regels bestaan uit vijf fundamentele beginselen, welke invulling geven aan de verantwoordelijkheid van een accountant om te handelen in het algemeen belang. De fundamentele beginselen zijn: professionaliteit, integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid. Professionaliteit is van toepassing op elk handelen of nalaten van de accountant. Integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid zijn alleen van toepassing op de accountant bij de uitoefening van zijn beroep (artikel 3 VGBA).
De VGBA vormt als het ware het hoogste kader voor het gedrag van de individuele beroepsbeoefenaar. De VGBA bestaat uit ‘principle based’ regelgeving en is van toepassing op assuranceopdrachten, aan assurance verwante opdrachten en non- assuranceopdrachten. De regels zijn voor het overgrote deel letterlijk gebaseerd op de CoE van de IESBA.5
3) verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO)6
Deze verordening heeft tot doel een onafhankelijke uitvoering van assurance- opdrachten te waarborgen. Onafhankelijkheid wordt door het maatschappelijk verkeer -en in het bijzonder de gebruikers van een assurance-opdracht- als een randvoorwaarde voor de kwaliteit van de uitvoering aangemerkt.7 Onafhankelijkheid is een aspect van objectiviteit, één van de vijf fundamentele beginselen van de VGBA. De verordening legt aan de betrokken accountants verplichtingen op die zijn toegesneden op hun rol en mogelijkheden om een onafhankelijke uitvoering van een assurance-opdracht te beïnvloeden (artikel 3). De voorschriften zijn niet van toepassing op aan assurance verwante en non-assurance-opdrachten. De ViO betreffen gedragsregels voor de individuele accountant.
4) verordening op de klachtbehandeling8
De verordening ziet op de klachtencommissie van de NBA voor de behandeling van klachten tegen RA’s en AA’s, zie verder paragraaf 2.4.4.3.
5) verordening op de kennistoets9
Deze verordening heeft betrekking op een verplichte kennistoets voor accountants.
6) verordening op de kwaliteitsbeoordelingen10
Deze verordening heeft betrekking op de periodiek uitgevoerde toetsingen, de thematische onderzoeken en de incidentenonderzoeken door de NBA (zie paragraaf 5.9).