Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.3.2.3
16.3.2.3 Forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418019:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gothot/Holleaux, La Convention, p. 67, nr. 119.
Bij beantwoording moet ervan worden uitgegaan dat het gaat om een exclusieve forumkeuze.
Vgl. CA Versailles 26 september 1991, Rev Crit 1992, p. 333.
Par. 16.1.
Duintjer Tebbens, Forumkeuze in cognossement, p. 210; Rapport Schlosser, PbEG, p. C 59/124; Kropholler, EZPR, p. 189; Gothot/Holleaux, La Convention, p. 67; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 92; CC ch com 19 december 1978, Clunet 1979, p. 366, Rev Crit 1979, p. 617; anders: CA Versailles 26 september 1991, Rev Crit 1992, p. 333.
Bom, I.T. 1995, p. 3; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 76; Rb. Rotterdam 12 juni 1987, S&S 1988, 66, NIPR 1988, 521; CC ch com 19 december 1978, Clunet 1979, p. 366 en Rev Crit 1979, p. 617; Beraudo, Jurisclasseur, suppl. 3 (1989), p. 3.
Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 207.
Ook de verhouding tussen forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht en de art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag is interessant, omdat beide bevoegdheden samen kunnen lopen. Het is namelijk mogelijk dat art. 23 EEX-V°/17 Verdrag niet van toepassing is, maar de art. 2, 5 of 6 EEX-V°Nerdrag wel.1 Daarvoor zijn twee redenen:
Voor toepassing van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag behoeft de verweerder geen woonplaats in een EG respectievelijk verdragsluitende staat te hebben; en
Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag mist toepassing, indien een gerecht van een niet EG of verdragsluitende staat is aangewezen.
Twee casus zijn denkbaar:
Partijen of de verweerder hebben woonplaats in een EG c.q. verdragsluitende staat en zij hebben een gerecht van een niet-EG of verdragsluitende staat aangewezen zonder dat de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, wordt uitgevoerd in een EG c.q. verdragsluitende staat.
Idem, maar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt wordt uitgevoerd in een EG c.q. verdragsluitende staat waar de verweerder geen woonplaats heeft.
Bij (a) is art. 2 EEX-V°Nerdrag toepasselijk; bij (b) de art. 2 en 5 EEX-V°Nerdrag. Naar Nederlands recht gaat op grond van art. 93 Gw (en art. 1 Rv) een verdrag en een EG verordening (met directe werking) voor regels van nationaal recht. Wijkt nu de forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht voor de (rechtstreeks werkende) art. 2 of 5 EEX-V°Nerdrag? Of gaat de partijautonomie toch boven de art. 2 en 5 EEX-V°Nerdrag?2
De art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag zijn geen dwingend recht in de zin dat een eiser de verweerder voor deze fora moet oproepen. Bij de art. 2, 5 en 6 EEX-V°/ Verdrag gaat het om niet exclusieve, alternatieve mogelijkheden, die onder meer blijkens de aanhef niet derogeren aan andere fora. Art. 2 EEX-V°Nerdrag bepaalt dat verweerders met woonplaats in een EG respectievelijk verdragsluitende staat `worden opgeroepen' voor de gerechten van die staat. Dat lijkt dwingend en een voorbehoud voor een forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht is niet gemaakt. Derhalve zou kunnen worden aangevoerd dat art. 2 EEX-V°Nerdrag voor de forumkeuze gaat.3 De aanhef 'Onverminderd de bepalingen...' laten echter ruimte voor andere bevoegdheden.
De voorrang van de partijwil boven de art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag vloeit bovendien voort uit de hiërarchie van het systeem van EEX-V°Nerdrag.4 De partijautonomie heeft een belangrijkere plaats gekregen dan de algemene bevoegdheidsregels van de art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag. Voorts kan de voorrang van de wil van partijen worden afgeleid uit art. 23 lid 3/17lid 1, laatste zin EEX-V°Nerdrag. De situatie waarbij geen van partijen woonplaats heeft in een EG respectievelijk verdragsluitende staat, lijkt weliswaar te verschillen van de situatie waarbij de verweerder woonplaats heeft in een EG respectievelijk verdragsluitende staat. In beide gevallen gaat het echter om een forumkeuze onder het commune internationaal privaatrecht en krijgt de forumkeuze voorrang.
De art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag staan daarom niet in de weg aan de bevoegdheid van een aangewezen gerecht krachtens een forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht. Indien bijv. meer dan één verweerder is opgeroepen voor een gerecht dat niet is aangewezen, gaat de (geldige) forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht voor het forum van art. 6 sub 1 EEX-V°Nerdrag.5 De rechter komt derhalve niet toe aan de art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag, maar beoordeelt eerst de forumkeuze aan de hand van het commune internationaal privaatrecht.6 Tot nu toe is in rechtspraak noch doctrine getwijfeld aan de voorrang van de forumkeuze. Theoretisch (voorrang van gemeenschapsrecht, zoals in Nederland vastgelegd in de Grondwet) is de redenering in twijfel te trekken, indien een dwingend karakter van de art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag wordt aangenomen. Een dergelijk dwingend karakter ontbreekt echter.
Naast de verhouding tussen forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht en de art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag, kan een forumkeuze in conflict komen met een regel van commuun internationaal privaatrecht vergelijkbaar met de art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag. Het Belgische internationaal privaatrecht heeft vergelijkbare bevoegdheidsregels als de art. 2, 5 en 6 EEX-V°Nerdrag. Ik behandel de verhouding tussen deze regels van commuun internationaal privaatrecht en forumkeuze in de afzonderlijke paragraaf hierna. In het algemeen is ook hier de hoofdregel van toepassing: de forumkeuze gaat voor.7