Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/10.3.2
10.3.2 Derogatie onder de artikelen 23 EEX-r/17 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS411979:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ktr. Terborg 22 augustus 1991, NIPR 1992, 134; Hof 's-Hertogenbosch 31 januari 1994, NIPR 1994, 297: de woorden 'bij uitsluiting' behoeven niet expliciet in de overeenkomst te worden opgenomen;AG Strikwerda voor HR 21 mei 1999, NIPR 1999, 166, NJ 2000, 507, par. 24; Rb. Rotterdam 6december 2001, NIPR 2002, 131; Rb. Rotterdam 10 augustus 2005, NIPR 2006, 63. Zie echter Pres. Rb. Arnhem 15 december 2000, NIPR 2000, 136; Hof 's-Gravenhage 7 juli 2005, NIPR 2006, 44en Vzr. Rb. Zwolle-Lelystad 2 november 2005, NIPR 2006, 154. De laatste toetst de exclusiviteit van de forumkeuze ten onrechte aan art. 108 Rv, omdat een andere Nederlandse rechter in de forumkeuze was aangewezen in een overeenkomst tussen een Franse en een Nederlandse partij.
Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 221; Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 80; Weyland, Geffichtnisschrift fik Peter Arens, p. 426, Kmpholler, EZPR, 5' druk, p. 221 en Kaye, Civil Jurisdiction, p. 1083.
Bijv. Rb. Arnhem 8 maart 2006, NIPR 2006, 146; anders: Rb. Rotterdam 5 oktober 2000, NIPR 2001, 58, die art. 17 Verdrag niet van toepassing acht op niet-exclusieve forumkeuze en Ktr. Lelystad in Rb. Zwolle 7 november 2001, NIPR 2002, 120.
Voor de eenzijdige forumkeuze verwijs ik naar par. 11.3.
Bijv. Rb. Arnhem 8 maart 2006, NIPR 2006, 146; anders: Rb Almelo 27 juli 2005, NIPR 2006, 214 die aan het woord `non-exclusive' geen betekenis toekent.
Vgl. voor de uitleg van exclusiviteit van een forumkeuze aan de hand van het Nederlandse commune internationaal privaatrecht, Hof Leeuwarden 6 april 2005, NIPR 2005, 265.
De partijwil is uiteindelijk beslissend voor het antwoord op de vraag in welke mate derogatie plaatsvindt, indien het internationale bevoegdheidsrecht prorogatie toelaat. Voor derogatie is derhalve hetzelfde uitgangspunt van toepassing als voor prorogatie. Toch is het niet zo eenvoudig, omdat de EEX-V° en het Verdrag een vermoeden van derogatie kennen. Indien partijen niets zijn overeengekomen omtrent derogatie, geldt het vermoeden van art. 23 lid 1, tweede zin EEX-V°/17 lid 1, eerste zin Verdrag: het aangewezen gerecht of de aangewezen gerechten zijn bij uitsluiting bevoegd.1 Hoewel uit de imperatieve bewoording van deze zin kan worden afgeleid dat het gaat om dwingend recht, is algemeen aanvaard dat het slechts gaat om een weerlegbaar vermoeden.2 Art. 23 EEX-V° bevestigt dat uitdrukkelijk door toevoeging van een nieuwe zinsnede in vergelijking met art. 17 Verdrag:3
`tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.'
Partijen kunnen derhalve onder art. 23 EEX-V°/17 Verdrag een niet-exclusieve forumkeuze overeenkomen.4 De enige voorwaarde is dat zij deze wil duidelijk in de forumkeuze moeten opnemen of anderszins overeenkomen, opdat het vermoeden niet van toepassing is.5 In Nederlandstalige forumkeuzen zal dat vaak geschieden door vermelding dat partijen een bepaald gerecht 'kunnen' adiëren, de forumkeuze de bevoegdheid van gekozen rechter de competentie van andere gerechten onverlet laat of dat een aangewezen gerecht een 'niet exclusieve' bevoegdheid heeft. Dat volgt in de Engelstalige forumkeuzen meestal uit het woord `may' of de woorden 'nonexclusive' 6 Deze woorden behoeven echter niet voldoende te zijn om tot de conclusie te komen dat een forumkeuze niet exclusief is. Het blijft een kwestie van uitleg van de forumkeuze. Het duidelijk tot uitdrukking brengen zal bijv. onder meer moeten inhouden dat partijen geen aanwijzingen voor het tegendeel vermelden. Een voorbeeld is de vermelding in de forumkeuze dat partijen `waive the jurisdiction of any other court to which they may be subject'. Uit een dergelijke toevoeging blijkt namelijk dat partijen (wellicht?) toch de bedoeling hadden dat de aangewezen rechter exclusief bevoegd is 7