Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/Bijlage 1:Bijlage 1
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/Bijlage 1
Bijlage 1
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS478629:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Boek 7. Bijzondere overeenkomsten
Titel 1. Koop en ruil
Afdeling 12 Ruil
Artikel 50
De bepalingen betreffende koop vinden overeenkomstige toepassing op de overeenkomst van ruil, met dien verstande dat elke partij wordt beschouwd als verkoper voor de prestatie die zij verschuldigd is, en als koper voor die welke haar toekomt.
De bepalingen betreffende koop vinden (tevens) overeenkomstige toepassing op de overeenkomst van kavelruil, tenzij de bepalingen uit afdeling 12A van deze titel, of de in deze afdeling genoemde bepalingen uit de Wet inrichting landelijk gebied, zich tegen deze overeenkomstige toepassing verzetten.
Afdeling 12A Kavelruil
Artikel 50a
Kavelruil is de vorm van landinrichting waarbij via een schriftelijk aan te gane en in de openbare registers in te schrijven overeenkomst drie of meer eigenaren in de zin van artikel 1, eerste lid van de Wet inrichting landelijk gebied zich verbinden bepaalde, hun toebehorende onroerende zaken samen te voegen, de gegeven massa op een bepaalde wijze te verkavelen en onder elkaar bij notariële akte te verdelen.
Bij een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid kunnen mede partijen betrokken zijn die tegen inbreng van een geldsom onroerende zaken of tegen inbreng van onroerende zaken een geldsom bedingen, met dien verstande dat overeenkomsten waarbij niet meer dan drie partijen zijn betrokken slechts als kavelruil worden aangemerkt indien alle partijen onroerende zaken inbrengen en ten hoogste één van hen daartegen slechts een geldsom bedingt.
Een bedrijfsverplaatsing, waarbij de gronden van het achtergelaten bedrijf worden gebruikt om onroerende zaken samen te voegen en de gegeven massa op een bepaalde wijze te verkavelen, kan in een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid worden opgenomen.
Indien een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid onroerende zaken omvat waarop hypotheken, conservatoire of executoriale beslagen rusten, is de overeenkomst slechts rechtsgeldig, indien zij door de hypotheekhouders of beslagleggers is medeondertekend.
De akte, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend door hen, die daartoe bij de overeenkomst bevoegd worden verklaard en wordt ingeschreven in de openbare registers.
Artikel 50b
Door inschrijving van een overeenkomst als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, in de openbare registers wordt deze mede verbindend voor degenen die na de inschrijving onder bijzondere titel in de rechten van de eigenaren opvolgen.
Indien na de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, komt vast te staan dat een of meer van de partijen bij de overeenkomst geen eigenaar waren, maar in de basisregistratie kadaster als zodanig vermeld stonden, wordt de overeenkomst geacht rechtsgeldig tot stand te zijn gekomen en treedt de werkelijke eigenaar in de rechten en verplichtingen, die de in zijn plaats opgetreden partij onbevoegdelijk heeft verworven en op zich heeft genomen.
Artikel 50c
In een beding van de overeenkomst van kavelruil, bedoeld in artikel 50a, eerste lid, kunnen de artikelen 60, tweede, derde en vierde lid, 81, tweede, vierde en vijfde lid, en 82, derde en vierde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
In de notariële akte van verdeling, bedoeld in artikel 50a, eerste lid, wordt vermeld welke van de in het eerste lid genoemde artikelen in het beding, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, alvorens een zodanig beding overeenkomstige rechtsgevolgen heeft als de daarin van toepassing verklaarde bepalingen van de Wet inrichting landelijk gebied.
Artikel 50d
Een overeenkomst als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, heeft geen betrekking op:
kavels die deel uitmaken van de bebouwde kom;
kavels die deel uitmaken van een ruimtelijk aaneengesloten of functioneel verbonden samenstel van kavels dat:
in gebruik is voor woningbouw, daaronder begrepen recreatiewoningen, en/of de huisvesting van bedrijven met een niet-agrarische bestemming;
voor een dergelijk gebruik is bestemd ingevolge plannen of besluiten op grond van de Wet ruimtelijke ordening;
daarvoor zal worden bestemd blijkens bekendgemaakte ontwerpen voor dergelijke plannen of besluiten;
kavels waar ontgronding plaatsvindt, tenzij daaraan overeenkomstig de voorwaarden die het bevoegd gezag heeft verbonden aan de vergunning tot ontgronding na de ontgronding de bestemming landbouw of ontwikkeling van natuur of kleinschalige recreatie wordt gegeven; en/of
de beperkte rechten met betrekking tot de kavels, bedoeld in lid 2, onderdelen a tot en met c.