RN 2011/45
Nalatenschap. Hoe moet de uiterste wil worden uitgelegd van een vader van zeven kinderen, indien de uiterste wil vijf kinderen met name noemt in een ouderlijke boedelverdeling, maar in een latere erfstelling slechts spreekt van ‘mijn kinderen’?
HR 18-02-2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9581
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2011
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.D.H. Asser, C.E. Drion
- Zaaknummer
09/01393
- Conclusie
plv. P-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
BO9581
- JCDI
JCDI:ADS883794:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Onbekend (V)
Erfrecht / Algemeen
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BO9581, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BO9581, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑12‑2010
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑03‑2009
- Wetingang
BW art. 4:46; OBW art. 4:1167
Essentie
Nalatenschap.
Hoe moet de uiterste wil worden uitgelegd van een vader van zeven kinderen, indien de uiterste wil vijf kinderen met name noemt in een ouderlijke boedelverdeling, maar in een latere erfstelling slechts spreekt van ‘mijn kinderen’?
Samenvatting
Erflater is in 2004 overleden. Uit zijn eerste huwelijk, dat is ontbonden in 1973, had hij twee kinderen, onder wie verweerster. Uit zijn tweede huwelijk, dat is ontbonden in 1998, had hij vijf kinderen, de eisers. Erflater heeft in 1995, ten tijde van zijn tweede huwelijk, een ouderlijke boedelverdeling gemaakt tussen zijn echtgenote en hun vijf kinderen. Deze vijf kinderen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.