V-N 2023/16.20
Geen vergoedingsrecht voor erfenis met uitsluitingsclausule
HR 27-01-2023, ECLI:NL:HR:2023:96, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
27 januari 2023
- Magistraten
Tanja-van den Broek, Du Perron, Schaafsma, Makkink, Teuben
- Zaaknummer
22/00115
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS693752:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:96, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 27‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:878, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑09‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑01‑2022
- Wetingang
art. 84 lid 1 Boek 1 BW
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat er een rechtsgrond bestond voor de vrouw om het geld uit de erfenis voor de voldoening van gemeenschapsschulden van de huishouding aan te wenden. Voor de ontbonden maatschap is finale kwijting afgesproken, zodat de vrouw in zoverre ook geen recht op een vergoeding heeft.
Samenvatting
Man en vrouw huwen in 1994 in algehele gemeenschap van goederen. Tijdens het huwelijk ontvangt de vrouw een erfenis met uitsluitingsclausule die is gestort op haar privérekening. Vanaf 1 januari 2003 exploiteren de man en vrouw in maatschapsverband een pluimveebedrijf. Van de erfenis heeft de vrouw € 40.000 geïnvesteerd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.