Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/5.3.4.2:5.3.4.2 De uitzondering voor inventory
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/5.3.4.2
5.3.4.2 De uitzondering voor inventory
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS91002:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor gaf ik aan dat een purchase-money security interest in haar werking vergelijkbaar is met een enkelvoudig eigendomsvoorbehoud. Het is niet mogelijk om een purchase-money security interest te bedingen voor de koopprijsvorderingen van huidige en toekomstige leveringen of de purchase-money security interest te verruimen tot andere vorderingen, zoals onderhoudskosten of vorderingen op grond van wanprestatie. Aangezien natrekking, eigenlijke en oneigenlijke vermenging, zaaksvorming en doorverkoop veelal niet leiden tot het vervallen van de purchase-money security interest, lijkt een kredieteigendomsvoorbehoud ook niet steeds nodig te zijn.1
Wel is op grond van de dual status rule in § 9-103 (f) UCC vereist dat duidelijk is van welke zaken de koopprijsvordering nog niet is voldaan. Het zekerheidsrecht op een zaak is alleen een purchase-money security interest voor zover het strekt tot zekerheid van de koopprijsvordering van deze zaak. Voor de leverancier kan dit problematisch zijn als hij meermaals zaken op krediet levert aan de koper of als een gedeelte van zijn geleverde zaken wordt nagetrokken, eigenlijk of oneigenlijk vermengd, verwerkt of doorverkocht. Omdat slechts een enkelvoudige purchase-money security interest is toegestaan, dient de leverancier precies bij te houden welke zaken zijn betaald, doorverkocht of verwerkt door de koper.2 Kan de leverancier deze zaken niet precies aanwijzen, dan vervalt de superprioriteit van de purchase-money security interest. Het zekerheidsrecht ten gunste van de leverancier is een security interest en neemt rang naar het tijdstip van vestiging. Dit leidt er vaak toe dat de leverancier een tweede zekerheidsrecht heeft.3
De ontwerpers van de wijzigingen van de UCC in 2001 zagen dat het enkelvoudige purchase-money security interest leidde tot hoge administratieve lasten en monitoringskosten voor de leverancier ter voorkoming van het verlies van zijn purchase-money security interest. Daarom besloten zij om voor inventory een uitzondering te maken op de regel dat slechts een enkelvoudige purchase-money security interest kan worden gevestigd. Inventory zijn zaken die de leverancier levert aan de koper en bestemd zijn voor doorverkoop, lease of om te worden gebruikt in een productieproces (§ 9-102(48) UCC). Daarnaast levert de leverancier vaak meermaals dit type zaken aan de koper. Volgens de ontwerpers speelt het hierboven geschetste probleem dus vooral bij dit type zaken.4
Dit heeft geleid tot een uitzondering voor inventory op de strikte reikwijdte van de purchase-money security interest in § 9-103(b)(2) UCC. Deze bepaling geeft de leverancier de mogelijkheid om een cross-collateralization bij purchase-money security interests op inventory te bedingen.5 Ik illustreer dit aan de hand van een voorbeeld. Een frisdrankfabrikant koopt 10.000 liter koolzuurhoudend water bij zijn leverancier. De leverancier geeft de fabrikant een betalingstermijn voor voldoening van de koopprijs. De koopprijsvordering wordt gesecureerd door een purchase-money security interest op de 10.000 liter water. Bij dezelfde leverancier koopt de frisdrankfabrikant 500 liter suikersiroop op krediet. De koopprijsvordering van de suikersiroop wordt gesecureerd door een purchase-money security interest op deze geleverde zaak. Door middel van een cross-collateralization-clause strekt de purchase-money security interest op de 10.000 liter koolzuurhoudend water ook tot zekerheid van de koopprijsvordering voor de 500 liter suikersiroop en vice versa. Beide purchase-money security interests hebben superprioriteit voor de respectieve vorderingen op alle betrokken zaken. Ook indien één van de koopprijsvorderingen is voldaan, blijven beide zaken bezwaard met de purchase-money security interest. Dit volgt uit de tekst van § 9-103(b)(2) UCC:
“If the security interest is in inventory that is or was purchase-money collateral, also to the extent that the security interest secures a purchase-money obligation incurred with respect to other inventory in which the secured party holds or held a purchase-money security interest; [onderstrepingen KG]”.
Door cross-collateralizationtoe te staan, behoudt de leverancier een purchase-money security interest op de geleverde zaken zolang nog niet alle koopprijsvorderingen zijn betaald, ongeacht of de koopprijs van een bepaalde zaak wel is betaald. De leverancier hoeft niet meer te administreren en monitoren welke geleverde zaken onbetaald en bij de koper aanwezig zijn. De leverancier loopt niet meer het risico dat hij zijn purchase-money security interest verliest, doordat hij niet precies kan aanwijzen welke zaken betaald of onbetaald zijn. Op deze wijze hebben de ontwerpers getracht om de levering van inventory op krediet te faciliteren.