AB 2021/61
Besluit. Aanvraag voor een voorziening van de stichting Calamiteitenfonds mijn(water)schade Limburg. Geen rechtsgevolg, toepassing vertrouwensbeginsel.
RvS 04-11-2020, ECLI:NL:RVS:2020:2606, m.nt. R. Bronsema
- Instantie
Raad van State
- Datum
4 november 2020
- Magistraten
Mrs. F.C.M.A. Michiels, G.T.J.M. Jurgens, J. Gundelach.
- Zaaknummer
201907045/1/A2
- Noot
R. Bronsema
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS253974:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Mijnbouw
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Milieurecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:2606, Uitspraak, Raad van State, 04‑11‑2020
- Wetingang
Art. 1:3 lid 1 Awb
Essentie
Is een brief waarin een rechtsopvolger als aanvrager in een schadeprocedure wordt verklaard gericht op rechtsgevolg?
Samenvatting
Het bestuur betoogt terecht dat de rechtbank ten onrechte de brief van 22 februari 2018 heeft aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Volgens de Afdeling heeft het bestuur in de brief medegedeeld de executeurs-testamentair als vertegenwoordigers van de erfgenamen als rechtsopvolger van wederpartij te beschouwen. De bevoegdheid van de executeur-testamentair om gedurende zijn beheer van de nalatenschap de erfgenamen in en buiten rechte te vertegenwoordigen en de procedure op grond van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.