Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/10.3.1
10.3.1 Algemeen
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495893:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 3.5.2.2 hiervoor. De vraag kan worden gesteld of wel sprake is van ‘balancing’ of dat de verdragsrechten per saldo (moeten) prevaleren. Vgl. EHRM 20 november 1989 (Kostovski t. Nederland), NJ 1990, 245 (m.nt. Alkema). Daarin legt het Hof een sterk accent op de rechten van de verdachte en diens raadsman, in verband met het (doen) horen van (in casu anonieme) getuigen. Het verwerpt het standpunt van de Nederlandse regering, dat het gebruik van anonieme getuigen voor het bewijs het resultaat is van belangenafweging van de maatschappij, de verdachte en de getuigen die in toenemende mate werden geïntimideerd (§ 44).
Zie onder meer EHRM 23 april 1997 (Van Mechelen e.a. t. Nederland), § 54 en 58 en EHRM 26 maart 1996 (Doorson t. Nederland), NJ 1996, 741 (m.nt. Knigge), § 72. Zie meer recent EHRM 11 december 2008 (Panovits t. Cyprus), NJ 2009, 215 (m.nt. Reijntjes), § 81 e.v.
Vgl. EHRM 27 november 2008 (Salduz t. Turkije), NJ 2009, 214; FED 2009/96 (m.nt. Thomas); AB 2010/82 (m.nt. Barkhuysen en Van Emmerik). In § 62 van het arrest overweegt het Hof dat het ontbreken van bijstand van een advocaat, nadat klager was gearresteerd en in hechtenis was genomen, onherstelbare schade aan zijn verdedigingsrechten had toegebracht.
Zie Kraniotis e.a. 2011, p. 80-81.
Of sprake is van een behoorlijk strafproces, moet worden beoordeeld op grond van de gehele nationale strafprocedure, inclusief de waarborgen die daarin aan de verdediging zijn toegekend. Deze verdedigingswaarborgen vormen een wezenlijk onderdeel van de ‘balancing test’. Verdragsstaten dienen bij de realisatie van art. 6 EVRM te streven naar een redelijke balans tussen de rechten van de verdediging enerzijds en publieke belangen anderzijds.1 Om zeker te stellen dat de verdachte een behoorlijk strafproces krijgt, dienen verdragsstaten de problemen die de verdediging ondervindt vanwege een aantasting ofwel beperking van de in art. 6 toegekende rechten, voldoende te compenseren door de procedures die de justitiële autoriteiten (moeten) volgen.2 Deze compensatie kent wel grenzen. Zij is niet (meer) mogelijk zodra een beperking van een verdedigingsrecht de procespositie van de verdachte onherstelbaar aantast.3
Gewicht waarborgen niet gemakkelijk te bepalen
Vanwege de wijze waarop het Hof een klacht over schending van art. 6 EVRM toetst, is niet (steeds) duidelijk in hoeverre de verschillende procedurele waarborgen meewegen bij de toetsing van een klacht over schending van art. 6 EVRM. Wel is duidelijk dat waarborgnormen niet vrijblijvend zijn. Volgens vaste rechtspraak mag niet van een bestaande waarborgnorm worden afgeweken.4 Ook is duidelijk dat het Hof niet volstaat met een (abstracte) toetsing van de compenserende werking van een procedurele waarborg als zodanig. Het stelt deze werking (concreet) vast op grond van de omstandigheden. Hierbij speelt bijvoorbeeld of de verdachte onomwonden afstand heeft gedaan van een hem toekomende waarborg, zoals het recht op rechtsbijstand in art. 6, lid 3, onder c EVRM.