NJB 2025/11
Veroordeling wegens rijden terwijl de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9 lid 2 WVW 1994: in casu was het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte onherroepelijk door de rechtbank herroepen. De strafrechter moet van deze beslissing van de bestuursrechter uitgaan. Dat brengt mee dat achteraf bezien de ongeldigverklaring van het rijbewijs nooit heeft gegolden. De Hoge Raad spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.
HR 10-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1707
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 december 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/01158
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1707, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1017, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑10‑2024
- Wetingang
(art. 9 WVW 1994)
Essentie
Veroordeling wegens rijden terwijl de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9 lid 2 WVW 1994: in casu was het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte onherroepelijk door de rechtbank herroepen. De strafrechter moet van deze beslissing van de bestuursrechter uitgaan. Dat brengt mee dat achteraf bezien de ongeldigverklaring van het rijbewijs nooit heeft gegolden. De Hoge Raad spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – rijden terwijl de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.