Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.4.1.3:6.4.1.3 Ongunstige invloed op de handel tussen de lidstaten
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.4.1.3
6.4.1.3 Ongunstige invloed op de handel tussen de lidstaten
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183486:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een laatste aspect dat een rol speelt bij de vraag of is voldaan aan het eerste lid van artikel 101 van het Werkingsverdrag is de ongunstige invloed op de handel tussen de lidstaten. Alleen pools die een ongunstige invloed hebben op de handel tussen de lidstaten, immers, vallen onder het Europese kartelverbod. Het criterium is daarmee een afbakening tussen ‘Nederlandse’ en ‘Europese’ kartels en bepaalt de toepassing van de kartelbepaling uit het Werkingsverdrag danwel de Nederlandse Mededingingswet. Hoe dient dit criterium, met betrekking tot de verzekering in pools, te worden uitgelegd?
Algemeen
Om een pool onder de reikwijdte van het Europese kartelverbod te kunnen scharen dient een pool economische activiteiten te verrichten die de grensoverschrijdende handelsstromen merkbaar kunnen beïnvloeden. Ook bij het criterium van de tussenstaatse handel speelt de merkbaarheid dus een rol. Het verschil met de merkbaarheid zoals ik die besprak in par. 6.4.1.2.3. is dat bij de invulling van het criterium van de tussenstaatse handel, zoals ik dat aan de orde stelde in hoofdstuk 2, slechts sprake is van een bevoegdheidscriterium. Het feit dat de handel tussen de lidstaten merkbaar wordt beïnvloed, zegt nog niets over een beperking van de mededinging. Bovendien ziet de merkbaarheid bij de tussenstaatse handel op zowel de gevolg- als de strekkingsbeperkingen. Dit in tegenstelling tot de merkbaarheid bij een inbreuk op de mededinging, die alleen aan de orde is bij de gevolgbeperkingen. In de praktijk is het criterium van de tussenstaatse handel wel van belang omdat dit de toepassing van het Europese dan wel het nationale mededingingsrecht op pools van toepassing is, staat of valt.
Beïnvloeding van de tussenstaatse handel door een pool
Voor de vraag of, en zo ja, wanneer pools de handel tussen de lidstaten beïnvloeden, is in het licht van dit alles allereerst van belang om in kaart te brengen in welke mate een pool grensoverschrijdend activiteiten verricht. Daarbij is het mijns inziens nuttig om in kaart te brengen wat voor soort risico’s in een pool worden verzekerd, of er buitenlandse verzekeraars partij zijn bij een pool(overeenkomst) en tegen welke voorwaarden risico’s worden geaccepteerd. Indien een pool tevens dekking biedt voor in een andere lidstaat gelegen risico’s en/of verzekeraars partij zijn die ook in andere lidstaten hun diensten aanbieden, zal voldaan zijn aan het criterium van de tussenstaatse handel. Een pool daarentegen die enkel lokale verzekeringspolissen aanbiedt en alleen actief is in één lidstaat zal niet zo snel de handel tussen de lidstaten beïnvloeden, mits de pool geen marktafschermend effect heeft of zou kunnen hebben. Een markafscherming door een pool (voor bijv. potentieel aanbod door buitenlandse aanbieders) heeft de aard om de handel tussen de lidstaten ongunstig te beïnvloeden en valt daarom onder het Europese kartelverbod. Verzekeraarspools, waarin grote – vaak moeilijk individueel te verzekeren – commerciële risico’s worden (her)verzekerd zullen eerder de handel tussen de lidstaten beïnvloeden dan de intermediaire pools waarin de standaardrisico’s worden ondergebracht. Zoals ik besprak onder 6.2.2.2. zien intermediaire pools in de Nederlandse markt op de verzekering van risico’s in Nederland en zal daarop het Europese kartelverbod daarom niet van toepassing zijn.