Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.1:5.1 Inleiding
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS603463:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de toegang tot hoger beroep en cassatie in Nederlandse strafzaken is het indienen van bezwaren van groot belang. De appelrechter kan namelijk het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren indien de insteller van het beroep geen ‘grieven’ indient (art. 416 Sv). En in cassatie is het indienen van een schriftuur met ‘middelen’ verplicht, op straffe van imperatieve niet-ontvankelijkverklaring van het beroep (art. 437 Sv). Deze bezwaarvereisten in hoger beroep en cassatie kunnen als inhoudelijke en vrije toegangsbeoordeling worden gekenmerkt, of hebben daarvoor in elk geval een zekere potentie. De bezwaarvereisten stellen de appel- en cassatierechter namelijk in staat om vooruit te lopen op de kans van slagen van het beroep, terwijl in het bijzonder artikel 416 Sv aan de appelrechter beleidsvrijheid geeft voor (niet-)ontvankelijkverklaring van het beroep. Daar komt bij dat zowel in hoger beroep als in cassatie het onderzoek naar het bezwaarvereiste voor toegang tot beroep in elk geval op het eerste gezicht afwijkt van de reguliere behandeling van het beroep en dus als afgescheiden toegangsonderzoek valt te bestempelen.
Hoewel dit in de Nederlandse literatuur niet gebruikelijk is, kan deze combinatie van (potentie voor) inhoudelijke en vrije toegangsbeoordeling met afgescheiden toegangsbeoordeling in termen van dit boek als verlofstelsel worden gekwalificeerd.1 Specifiek wat betreft de beleidsvrijheid tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 416 Sv is dit in de literatuur reeds opgemerkt.2
Aangezien de regels over het bezwaarvereiste in hoger beroep en cassatie als verlofstelsel kunnen worden bezien, staat in dit hoofdstuk de vraag centraal in hoeverre de inhoudelijke, vrije dan wel afgescheiden toepassing van het bezwaarvereiste in hoger beroep en cassatie met het oog op verdragsrecht toelaatbaar is. Daartoe worden in paragraaf 2 de achtergrond, ratio en algemene kenmerken van het bezwaarvereiste uiteengezet. In het bijzonder staat in deze paragraaf centraal op welke wijze bezwaren relevant zijn voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep en het beroep in cassatie. Paragraaf 3 gaat nader in op de inhoudelijke toegangsbeoordeling die kan plaatsvinden op basis van beoordeling van de grieven en middelen als zodanig. In paragraaf 4 staat de beleidsvrijheid van artikel 416 lid 2 en lid 3 Sv centraal. In de paragrafen 5 en 6 wordt vervolgens ingegaan op afgescheiden aspecten van het onderzoek naar het bezwaarvereisten in hoger beroep respectievelijk cassatie. Paragraaf 7 sluit dit hoofdstuk af en blikt kort vooruit op de behandeling van de verlofstelsels van de artikelen 410a Sv en 80a RO in de navolgende hoofdstukken.