AB 2024/305
Materiële waarheidsvinding bij de toepassing van art. 6:11 Awb? Bewijs van door appellante gesteld relevant vertrouwen.
ABRvS 12-06-2024, ECLI:NL:RVS:2024:2399, m.nt. L.J.A. Damen
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
12 juni 2024
- Magistraten
Mr. D.A. Verburg
- Zaaknummer
202205166/1/R3
- Noot
L.J.A. Damen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS983040:1
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Omgevingsvergunning
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Voorbereiding
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2024:2399, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 12‑06‑2024
- Wetingang
Art. 2:4a, 6:11 Awb
Essentie
Materiële waarheidsvinding bij de toepassing van art. 6:11 Awb? Bewijs van door appellante gesteld relevant vertrouwen.
Samenvatting
De Afdeling overweegt dat Tuda Fruta het niet aannemelijk heeft gemaakt dat het college in 2015 toezeggingen of andere uitlatingen heeft gedaan of gedragingen heeft verricht waaruit Tuda Fruta kon en mocht afleiden dat het college haar op de hoogte zou houden van het verlenen van omgevingsvergunningen voor scholen in de omgeving. De door Tuda Fruta overgelegde getuigenverhoren zijn daarvoor onvoldoende, omdat deze getuigenverhoren geen uitsluitsel geven over de inhoud van de gesprekken die in 2015 hebben plaatsgevonden. Uit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.