Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/8.1
8.1 Inleiding
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192530:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dat de betrokken vermogensverschaffers dienen te stemmen over het plan, is algemeen aanvaard, vgl. bijvoorbeeld UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law 2005, p. 28 en 217; Principles of European Insolvency Law 2003, p. 73; World Bank Principles for Effective Insolvency and Creditor/Debtor Regimes 2015, C14.1 en C14.3. Zie echter ook §8.4 over ‘pre-pack’ akkoorden voor een bespreking van de Singaporese bepalingen op grond waarvan de rechter een scheme kan homologeren zonder dat er een stemming heeft plaatsgevonden.
Vgl. §2.3.6.
432. Een wezenlijk element van een akkoordregeling is de stemming over het voorgestelde plan.1 Een akkoordproces is deels democratisch en deels judicieel van aard.2 De uitslag van de democratische stemming geeft een indicatie van het draagvlak voor het plan en vormt het vertrekpunt voor de judiciële homologatiefase. In dit hoofdstuk wordt besproken welke partijen stemgerechtigd zijn (§8.2) en hoe de omvang van de vorderingen wordt bepaald voor de toekenning van het stemrecht (§8.3). In §8.4 staan ‘pre-pack’ akkoorden en stemafspraken centraal. Na de behandeling van een aantal procedurevoorschriften (§8.5) bespreek ik de vereiste meerderheid in §8.6. Ten slotte wordt stilgestaan bij het verloop van de stemming (§8.7) en de vaststelling van de stemuitslag (§8.8).