NJB 2020/1657:Waarborging van het verschoningsrecht in gevallen waarin een beslagene, niet zijnde de verschoningsgerechtigde, in een beklagprocedure aanvoert dat een geheimhouder de bevoegdheid tot verschoning kan uitoefenen ten aanzien van bepaalde stukken of gegevens: de Hoge Raad biedt een overzicht van relevante rechtspraak. Deze rechtspraak komt erop neer dat een redelijke wetstoepassing ook in die gevallen meebrengt dat de rechter-commissaris bevoegd is ter zake te beslissen. De Hoge Raad gaat vervolgens nader in op gevallen waarin sprake is van een grote hoeveelheid (digitale) stukken of gegevens die volgens de beslagene onder het verschoningsrecht van geheimhouders vallen en waarin de desbetreffende stukken of gegevens in relatie lijken te staan tot (vele) verschillende geheimhouders van wie de identiteit of een contactgegeven onbekend is of welke informatie zich niet op betrekkelijk eenvoudige wijze laat achterhalen. De rechter-commissaris dient het onderzoek (ook) dan zo in te richten dat voldoende wordt gewaarborgd dat het verschoningsrecht niet door het strafrechtelijk onderzoek kan worden geschonden. De Hoge Raad stelt daaromtrent nadere regels. In de onderhavige zaak kon het Hof oordelen dat het afgeleide verschoningsrecht van de klager – die is betrokken bij internationaal ambulancevervoer – met betrekking tot medische gegevens in meer dan een miljoen bestanden voldoende is gewaarborgd, nu de schifting van de gegevens op een voldoende waarborgen biedende wijze heeft plaatsgevonden